Andere vormen van rouw

Het Doorleefboek is geschreven met als uitgangspunt het verlies van een dierbare. Maar het boek kan net zo goed gebruikt worden bij andere vormen van rouw, zoals verhuizing, echtscheiding of verlies van gezondheid. In deze blog lees je meer over deze andere vormen van rouw. Op de hoofdstuk pagina’s vind je suggesties voor hoe je per hoofdstuk aanpassingen kunt maken om het boek te laten passen bij de specifieke situatie waarin je hulp-kind zich bevindt.

Verhuizing

Wanneer je verhuist raak je vanalles kwijt. Allereerst je huis en daarin je eigen vertrouwde kamer. Je woont niet meer naast dezelfde buren. Je kunt niet meer spelen met de kinderen uit de buurt. Soms ga je naar een andere school. Je verliest het contact met je klasgenootjes en met de juffen en meesters. Door een verhuizing wordt het moeilijk om al die mensen, die je eerst vanzelf tegenkwam, te zien. Ook verlies je, in ieder geval een tijdje, de vanzelfsprekendheid van weten waar je dingen kunt vinden, hoe je moet lopen om ergens te komen, kortom: het gevoel van thuis zijn.  Voor sommige kinderen roept een verhuizing heftigere gevoelens op dan voor anderen. Er kan dan wel degelijk sprake zijn van rouw. Het Doorleefboek is ook te gebruiken wanneer een kind rouwt door een verhuizing. De gevoelens van rouw komen in elk soort rouwsituatie terug, en in het Doorleefboek worden deze gevoelens besproken. Soms is het echter nodig om de tekst in een oefening een beetje aan te passen aan deze specifieke rouwsituatie.

Echtscheiding

In een echtscheiding gebeuren er allerlei dingen door elkaar. Ouders gaan uit elkaar, met meer of mindere maten van onenigheid, ruzie en spanningen in een gezin. Het gezin wordt opgesplitst doordat de ouders niet meer bij elkaar wonen. Kinderen hebben soms het gevoel te moeten kiezen en komen in een loyaliteitsconflict. Ze durven bij de ene ouder niet te vertellen dat ze de andere ouder missen of dat ze het daar fijn hebben gehad. Ook gaat een echtscheiding vaak gepaard met een verhuizing. Daardoor moeten kinderen (in ieder geval een deel van de tijd) leren omgaan met een nieuwe omgeving en nieuwe mensen. Soms worden broertjes en zusjes uit elkaar gehaald, waardoor ze elkaar niet meer vanzelfsprekend zien. En ook een nieuwe partner van de ouders kan de boel (onbedoeld) behoorlijk overhoop halen. Veel kinderen hebben last van een echtscheiding, hoe goed hun ouders ook proberen om dit bij ze vandaan te houden. Echtscheiding gaat daarom vaak gepaard met rouw. En net zoals bij rouw om een overleden persoon, komen in deze rouw heel veel tegenstrijdige en moeilijke gevoelens naar boven. Ook bij echtscheiding kan het Doorleefboek ingezet worden om een rouwend kind te helpen om te begrijpen en accepteren wat er allemaal gebeurt.

Verlies van gezondheid

Wanneer je ziek bent (geworden) of een ongeluk hebt gehad, verlies je een heel cruciaal deel van je leven: je gezondheid. Door een ziekte of ongeluk kun je (tijdelijk) niet meer wat vanzelfsprekend voor je was. Je kunt misschien niet meer naar school, niet meer spelen met je vrienden, niet meer sporten, niet meer meedoen. Je loopt tegen de beperkingen van je eigen lichaam aan. Ook verlies je soms het vertrouwen in je lichaam, en word je bang dat het nooit meer zo fijn zal zijn als vroeger. Veel kinderen die te maken krijgen met een verlies van gezondheid voelen zich anders dan de anderen. Soms is dat op een goede manier: ze voelen zich wijzer en genieten meer van het leven. Maar vaak is dat ook op een onprettige manier, want kinderen willen niet opvallen en niet buiten de groep vallen. Wanneer je je gezondheid (en soms daarmee je toekomstbeeld) verliest, is er sprake van rouw. Het Doorleefboek kan helpen om deze gevoelens een plek te geven en ook te kijken naar wat er wel nog is.

Richtlijnen voor het aanpassen van de oefeningen

Over het algemeen kun je als hulp-volwassene de opdrachten in de hoofdstukken gemakkelijk aanpassen aan de specifieke rouwsituatie waarin je kind zich bevindt. Dit begint bij de verhaaltjes in het Doorleefboek. Sommige verhaaltjes gaan over het verlies van een dierbare (bijvoorbeeld de verhaaltjes over Pingo in hoofdstuk 1). Jullie kunnen deze verhaaltjes samen lezen, en in de nabespreking de overgang maken naar de specifieke rouwsituatie van het kind. Ook al heeft je kind misschien geen persoon verloren, gevoelens van verdriet en missen zijn ook herkenbaar in andere rouwsituaties. Het is dus vaak niet meer dan het aanpassen van de woorden die in de opdrachten staan, om de opdracht meer aan te laten sluiten bij de situatie en beleving daarvan van je hulp-kind.

In sommige opdrachten is er meer nodig dan alleen het veranderen van woorden. Deze opdrachten worden per hoofdstuk besproken onder het kopje ‘andere vormen van rouw’. Hierin worden praktische suggesties gedaan voor het aanpassen van de opdrachten.