Hoe gaat een juf om met kinderen in rouw?

Wanneer je als juf of meester te maken krijgt met rouw, komen er veel vagen in je op. Hoe merk ik of kinderen rouwen? En wat als je zelf als leerkracht ook heel verdrietig bent? Juf Iris vindt een haar klas een mooie manier om met rouw om te gaan. Deze blog is geschreven voor de website van Ik mis je. Op deze website kun je stil staan bij wie je mist en vind je verhalen die troosten en inspireren.

Juf Iris

Juf Iris staat al jaren voor de klas. Ze vindt het de meest fantastische baan die er is. Ze heeft dit jaar 29 kinderen onder haar hoede. Na school is ze vaak nog wel een tijdje bezig met luisteren, troosten, adviseren en rapporteren. Het hoort bij haar werk. Juf Iris voelt zich gewaardeerd wanneer leerlingen of ouders naar haar toe komen met hun persoonlijke verhalen. Ze weet dat ze daar goed in is.

Tijdens de lunchpauze krijgt Juf Iris het bericht dat Lieve ziek is. Het lijkt erop dat ze acute leukemie heeft en de afloop hiervan is onbekend. Ze moet na de pauze haar klas vertellen dat er een reden is dat Lieve al twee dagen niet op school is gekomen. Ze maakt zich zorgen over hoe haar leerlingen zullen reageren. Schrikken ze erg? Zullen ze huilen?

Lees de rest van deze blog over Juf Iris en haar klas op de website van Ik mis je.

Waarom ‘Bel me als je iets nodig hebt’ niet werkt

Wanneer je in diepe rouw bent is het heel moeilijk om anderen om hulp te vragen. Daarom werkt het vaak niet om te zeggen: ‘Laat me weten als ik iets voor je kan doen.’ Degene die dit zegt bedoelt het natuurlijk goed, maar je helpt de rouwende niet. Wat werkt dan wel? Deze blog is geschreven voor de website van Ik Mis Je, een platform waarop je bezig kunt zijn met je verdriet, door het lezen van troostende blogs en verhalen van anderen die hetzelfde doormaken als jij.

Je hoeft maar te bellen

Els is 67 jaar. Ze houdt van koken, fietsen en dansen. Waar ze vroeger hele buffetten maakte voor familiefeesten bakt ze nu vaak een ei als avondeten. Fietsen doet ze alleen om naar de winkel te gaan, maar haar lange tochten zijn voorbij. En gedanst heeft ze al heel lang niet meer. Toen haar man Peter twee jaar geleden overleed raakte ze in een diep dal. En ze weet niet hoe ze uit dat dal moet krabbelen. Het kost haar al haar energie om de dagelijkse taken voor elkaar te krijgen, en leuke dingen doen met anderen schiet er al helemaal bij in. Els zou heel graag iemand om zich heen hebben die haar een beetje kan helpen. Maar ja, ze vindt het doodeng om om hulp te vragen.

‘Het onderhouden van contacten kan je ineens heel veel energie kosten.’

Marjan heeft, toen Peter overleed, tegen Els gezegd dat ze altijd voor haar klaar stond. Dat Els maar even hoefde te bellen als ze iets nodig heeft. Het contact met Els is ondertussen verwaterd en dat maakt Marjan heel verdrietig. Ze voelt wel aan dat Els het niet gemakkelijk heeft, maar durft ook niet ongevraagd bij haar langs te gaan. De gezellige middagen waarin ze samen in de tuin werkten en over alles spraken zijn voorbij. Marjan mist haar vriendin.

De volledige blog over Els en Marjan vind je op de website van Ik Mis je.

Schuldgevoel

Een schuldgevoel kan een enorme impact hebben op iemand die rouwt. Deze blog vertelt het verhaal van Fenne, met wie alles aan de buitenkant oké lijkt te zijn, maar die van binnen verteerd wordt door een schuldgevoel over de dood van haar moeder. Deze blog is geschreven voor de website van Ik Mis Je, een platform waarop je bezig kunt zijn met je verdriet, door het lezen van troostende blogs en verhalen van anderen die hetzelfde doormaken als jij.

 

Fenne lijkt goed om te kunnen gaan met haar moeder’s overlijden. Ze mist haar moeder vreselijk, maar ze heeft er niet zoveel last van in haar dagelijks leven. Toch vermoedt rouwcoach Ellen dat er meer schuilgaat achter Fenne’s brede glimlach…

Er klopt iets niet…

Fenne zat met een vastberaden glimlach tegenover me. Ja, het ging best, zei ze. Ze miste haar moeder wel heel erg, maar had daar in haar dagelijkse leven niet zo’n last van. In de klas kon ze, zoals altijd, goed mee. Ze had vriendinnen met wie ze leuke dingen deed. Die wisten het wel van haar moeder, maar ze hadden het er weinig over.

Het klonk alsof Fenne goed wist om te gaan met het verdriet over haar overleden moeder. Het was ook al meer dan een jaar geleden gebeurd, dus dat was niet onverwacht. Maar toch had haar vader haar naar me toe gestuurd omdat Fenne in het afgelopen jaar nooit openlijk over haar moeder had gerouwd. Hij maakte zich zorgen om haar. En ook ik als rouwcoach had het gevoel dat er iets niet helemaal klopte.

Wil je de volledige blog lezen? Ga dan naar de website van Ik Mis Je. 

 

Overspoelende gevoelens

Deze blog over Tim van 8 en de gevoelens die hem overspoelen is geschreven voor de website van Ik Mis Je. Op deze website kun je stil staan bij wie je mist en vind je verhalen die troosten en inspireren.

 

Tim is boos. Dat komt door die rotziekte, die papa heeft. Als Tim het K-woord hoort, slaan alle stoppen door. Hoe kan psycholoog Ellen hem helpen om met al die ingewikkelde gevoelens om te gaan?

Rode waas

Tim weigert het woord ‘kanker’ uit te spreken. En hij kan het niet verdragen wanneer dat woord uitgesproken wordt, vertelt zijn moeder. Dan wordt hij verschrikkelijk boos. En dat is niet handig. Want Tims vader is in behandeling voor kanker. Dat woord hoort er dus bij, bij zijn jonge leven. Ook al is dat het laatste dat je wilt wanneer je 8 bent.

Samen met mama en zus van 10 probeert Tim er het beste van te maken. Stil zijn als papa ligt te slapen. Lief zijn wanneer papa wakker is. Een glaasje sinaasappelsap brengen zonder te knoeien. En dan gebeurt het. Hij is op het schoolplein aan het voetballen, en een tegenstander schiet langs hem door en sist het woord. Het K-woord. En ineens slaan alle stoppen door. Hij weet niet meer hoe, maar het eindigt met een tand door een lip en een blauw oog. Tim was al bang. Bang voor de toekomst. Bang voor die vreselijke ziekte. Maar nu wordt hij nog banger. Voor het rode waas dat voor zijn ogen verschijnt en dat zo moeilijk van zich af te schudden is wanneer iemand dat rotwoord zegt.

De volledige blog over Tim en zijn zus vind je op de website van Ik Mis Je.

5 tips voor kinderen die rouwen

Ben jij iemand verloren van wie je veel hield? Dan ben je waarschijnlijk in de rouw, of je nou kind of volwassene bent. Dit is een blog vol met tips over rouw, en hoe je daar mee om kunt gaan. Hij is speciaal bedoeld voor kinderen. Maar ook ouders en grootouders mogen deze blog lezen!

1. Rouw klinkt als iets dat heel erg eng is. Iets dat je het liefste nooit wil voelen. Maar rouw hoort bij het leven. Je voelt rouw wanneer je iets of iemand waar je heel erg veel van hield verliest. Ze zeggen ook wel eens: rouw is de achterkant van liefde. Net zoals een medaille twee kanten heeft, heeft ‘houden van’ dat ook. Je kunt dus wel proberen om nooit verdrietig te zijn omdat je iets of iemand verloren bent, maar dat kun je alleen doen door niet meer van dingen te houden en te genieten. En dat is geen goed idee. Wees dus niet bang voor rouw. Het hoort erbij en de meeste mensen leren er mee om gaan.

2. Bij rouw denk je aan het verlies van een mens. Maar je kunt over allerlei dingen rouwen. Het is helemaal niet gek als je je heel verdrietig voelt als je huisdier waar je zo van hield dood is gegaan. En mensen kunnen ook rouwen als ze hun baan verliezen, of heel ziek worden. Als je ouders gaan scheiden hoort rouw er ook bij. Je voelt dus rouw in veel meer situaties dan wanneer iemand dood gaat. Je bent in de rouw wanneer je iets belangrijks verliest. En het maakt niet uit of dat belangrijks een persoon is, of een dier, of je gezondheid.

 

3. Er zijn verschillende manieren om met rouw om te gaan. En het is niet zo dat een van die manieren beter is dan de andere. Het maakt dus niet uit of jij het liefst tekent als je je verdrietig voelt, of afleiding zoekt door heel hard een rondje te gaan fietsen, of het liefst bij je papa of mama op schoot kruipt. Je mag, wanneer je je rot voelt over een verlies, zelf kiezen wat je dan doet. En je papa en mama en broers en zussen mogen dat ook. Iedereen mag op zijn eigen manier rouwen. De ene manier van rouwen is niet beter dan de andere manier.

4. Rouw is heel rommelig. Waarschijnlijk denk je dat je, als je iemand verliest, vooral verdrietig zult zijn. Maar er zijn nog een heleboel andere emoties die je ook kunt voelen wanneer je rouwt. Je kunt je opgelucht voelen dat iemand niet meer hoeft te lijden. Of boos over dat je in de steek gelaten bent. Of schuldig, omdat je wel eens ruzie hebt gemaakt met degene die dood gegaan is. Rouw is een heel rommelig proces waar je waarschijnlijk een heleboel dingen door elkaar voelt. Dat hoort erbij. Daar hoef je niet van te schrikken.

 

 

5. Het is helemaal niet raar om soms om hulp te vragen. Sommige dingen kun je nou eenmaal niet in je eentje doen, en rouwen is daar een van. Schaam je daarom niet om iemand te vragen om een knuffel, of om te luisteren als je wil vertellen hoe je je voelt. Om hulp vragen is een manier om goed voor jezelf te zorgen, en dat is heel belangrijk wanneer verdrietigs gebeurt. En als jij ziet dat je oma of je papa of broer verdrietig is, kun je ze vragen of je ze misschien kunt helpen. Vaak voelen jullie je daar allebei beter door! Vraag om hulp als je die kunt gebruiken en kijk ook eens of je iemand anders kunt helpen.

Wil jij meer hulp om met een verlies om te gaan?  Het Doorleefboek is er speciaal voor jou. Het Doorleefboek staat vol met oefeningen die je als kind op de basisschool met een hulp-volwassene kunt doen. Hierdoor voel je dat je er niet alleen voor staat.

Ellen

Unieke rouwboeken komen uit

Een blog geschreven door afscheidsfotograaf Boukje Canaan. De volledige tekst is te vinden op afscheidsmomenten.nl.

Het Doorleefboek

Boukje Canaan en ik ontmoetten elkaar afgelopen zomer en spraken over het Doorleefboek. Dit is een boek voor kinderen in de basisschoolleeftijd die rouwen en de volwassene (die hulp-volwassene genoemd wordt) die samen met het kind aan de slag gaat om deze rouw goed te doorleven. Vol enthousiasme vertelt Ellen hoe ze op een ochtend wakker werd met het idee voor het Doorleefboek.

Waar komt deze drang tot het schrijven van een boek vandaan?

Ellen is zelf jong wees geworden. Ze verloor haar moeder toen ze vier jaar oud was en zeventien jaar later verloor ze haar vader. Gelukkig heeft Ellen plekken gekend waar ze zichzelf kon zijn, buiten haar eigen thuis. Een huis waar ze altijd welkom was en wist waar de koekjes lagen. Dit heeft haar veel steun gegeven waar ze nu nog de vruchten van plukt. Want ze kan vanuit haar eigen ervaring heel goed een luisterend oor zijn voor wie het nodig heeft. Ze werkt als coach en merkt dat, wie ze ook begeleidt, het altijd gaat over pijn en verlies. Ze besloot zich hierin te specialiseren.

Hulp-volwassene

Ellen vertelde dat de keuzes die kinderen maken die een verlies hebben meegemaakt te maken hebben met hoe ze veiligheid bij anderen hebben ervaren tijdens de rouw. Hoe zij met hun gedachtes en gevoelens bij iemand terecht hebben gekund maakt dat ze kunnen kiezen tussen ‘goed en slecht’.

Ellen vertelde dat, hoe een kind door een periode van rouw komt, afhangt van hoe veilig het zich in deze periode voelt bij de mensen om zich heen. Een kind heeft tijd en ruimte nodig om te kunnen rouwen, maar ook een luisterend oor en lichamelijke warmte. Hoe veiliger het kind zich voelt, hoe meer het zijn of haar gedachten en gevoelens kan delen. Hierdoor snapt een kind beter waar het doorheen gaat.

Lees verder op www.afscheidsmomenten.nl.

Andere vormen van rouw

Het Doorleefboek is geschreven met als uitgangspunt het verlies van een dierbare. Maar het boek kan net zo goed gebruikt worden bij andere vormen van rouw, zoals verhuizing, echtscheiding of verlies van gezondheid. In deze blog lees je meer over deze andere vormen van rouw. Op de hoofdstuk pagina’s vind je suggesties voor hoe je per hoofdstuk aanpassingen kunt maken om het boek te laten passen bij de specifieke situatie waarin je hulp-kind zich bevindt.

Verhuizing

Wanneer je verhuist raak je vanalles kwijt. Allereerst je huis en daarin je eigen vertrouwde kamer. Je woont niet meer naast dezelfde buren. Je kunt niet meer spelen met de kinderen uit de buurt. Soms ga je naar een andere school. Je verliest het contact met je klasgenootjes en met de juffen en meesters. Door een verhuizing wordt het moeilijk om al die mensen, die je eerst vanzelf tegenkwam, te zien. Ook verlies je, in ieder geval een tijdje, de vanzelfsprekendheid van weten waar je dingen kunt vinden, hoe je moet lopen om ergens te komen, kortom: het gevoel van thuis zijn.  Voor sommige kinderen roept een verhuizing heftigere gevoelens op dan voor anderen. Er kan dan wel degelijk sprake zijn van rouw. Het Doorleefboek is ook te gebruiken wanneer een kind rouwt door een verhuizing. De gevoelens van rouw komen in elk soort rouwsituatie terug, en in het Doorleefboek worden deze gevoelens besproken. Soms is het echter nodig om de tekst in een oefening een beetje aan te passen aan deze specifieke rouwsituatie.

Echtscheiding

In een echtscheiding gebeuren er allerlei dingen door elkaar. Ouders gaan uit elkaar, met meer of mindere maten van onenigheid, ruzie en spanningen in een gezin. Het gezin wordt opgesplitst doordat de ouders niet meer bij elkaar wonen. Kinderen hebben soms het gevoel te moeten kiezen en komen in een loyaliteitsconflict. Ze durven bij de ene ouder niet te vertellen dat ze de andere ouder missen of dat ze het daar fijn hebben gehad. Ook gaat een echtscheiding vaak gepaard met een verhuizing. Daardoor moeten kinderen (in ieder geval een deel van de tijd) leren omgaan met een nieuwe omgeving en nieuwe mensen. Soms worden broertjes en zusjes uit elkaar gehaald, waardoor ze elkaar niet meer vanzelfsprekend zien. En ook een nieuwe partner van de ouders kan de boel (onbedoeld) behoorlijk overhoop halen. Veel kinderen hebben last van een echtscheiding, hoe goed hun ouders ook proberen om dit bij ze vandaan te houden. Echtscheiding gaat daarom vaak gepaard met rouw. En net zoals bij rouw om een overleden persoon, komen in deze rouw heel veel tegenstrijdige en moeilijke gevoelens naar boven. Ook bij echtscheiding kan het Doorleefboek ingezet worden om een rouwend kind te helpen om te begrijpen en accepteren wat er allemaal gebeurt.

Verlies van gezondheid

Wanneer je ziek bent (geworden) of een ongeluk hebt gehad, verlies je een heel cruciaal deel van je leven: je gezondheid. Door een ziekte of ongeluk kun je (tijdelijk) niet meer wat vanzelfsprekend voor je was. Je kunt misschien niet meer naar school, niet meer spelen met je vrienden, niet meer sporten, niet meer meedoen. Je loopt tegen de beperkingen van je eigen lichaam aan. Ook verlies je soms het vertrouwen in je lichaam, en word je bang dat het nooit meer zo fijn zal zijn als vroeger. Veel kinderen die te maken krijgen met een verlies van gezondheid voelen zich anders dan de anderen. Soms is dat op een goede manier: ze voelen zich wijzer en genieten meer van het leven. Maar vaak is dat ook op een onprettige manier, want kinderen willen niet opvallen en niet buiten de groep vallen. Wanneer je je gezondheid (en soms daarmee je toekomstbeeld) verliest, is er sprake van rouw. Het Doorleefboek kan helpen om deze gevoelens een plek te geven en ook te kijken naar wat er wel nog is.

Richtlijnen voor het aanpassen van de oefeningen

Over het algemeen kun je als hulp-volwassene de opdrachten in de hoofdstukken gemakkelijk aanpassen aan de specifieke rouwsituatie waarin je kind zich bevindt. Dit begint bij de verhaaltjes in het Doorleefboek. Sommige verhaaltjes gaan over het verlies van een dierbare (bijvoorbeeld de verhaaltjes over Pingo in hoofdstuk 1). Jullie kunnen deze verhaaltjes samen lezen, en in de nabespreking de overgang maken naar de specifieke rouwsituatie van het kind. Ook al heeft je kind misschien geen persoon verloren, gevoelens van verdriet en missen zijn ook herkenbaar in andere rouwsituaties. Het is dus vaak niet meer dan het aanpassen van de woorden die in de opdrachten staan, om de opdracht meer aan te laten sluiten bij de situatie en beleving daarvan van je hulp-kind.

In sommige opdrachten is er meer nodig dan alleen het veranderen van woorden. Deze opdrachten worden per hoofdstuk besproken onder het kopje ‘andere vormen van rouw’. Hierin worden praktische suggesties gedaan voor het aanpassen van de opdrachten.

Rouwen jongens en meisjes anders?

Over het algemeen rouwen jongens anders dan meisjes. Het is echter niet zo dat wanneer een jongen iemand verloren heeft, je precies zult weten hoe reageert omdat hij een jongen is. Hetzelfde geldt voor meisjes. Iedereen reageert op zijn of haar eigen manier, en het is aan ons hulp-volwassenen, om te kijken naar wat een kind van ons nodig heeft, ongeacht of het een jongen of een meisje is. Toch is het goed om ook te kijken naar verschillende manieren van rouwen, omdat dat het gemakkelijker maakt om te herkennen wanneer bepaald gedrag een uiting van rouw is en om daar goed mee om te gaan.

Over het algemeen lijkt het zo te zijn dat meisjes meer behoefte hebben aan praten dan jongens. Meisjes zijn op jonge leeftijd al beter in praten dan jongens. Ze kennen meer woorden, en groeien op met het idee dat het goed is om te vertellen wat ze dwars zit. Meisjes leren van hun omgeving dat je in een crisissituatie dingen samen oplost. Ze leren dat ze bij anderen terecht kunnen met hun verdriet en dat ze dat mogen uiten.

Jongens leren van hun omgeving dat je als man je eigen boontjes moet kunnen doppen.  Mannen communiceren meer met hun lichaam en minder met woorden. Jongens onder elkaar communiceren door de competitie met elkaar aan te gaan (voetballen) en hun krachten te meten (worstelen). Ze hebben een tomeloze energie die eruit moet. Ze leren dat ze pijn moeten verduren en niet moeten piepen. Hoe beter je dat kan, hoe hoger je positie in de groep.

Vaak zijn vrouwen degenen die de zorg voor anderen op zich nemen. Wanneer je als vrouw een meisje begeleidt dat iemand verloren is, komen jullie manieren van daarmee omgaan waarschijnlijk voor een groot deel overeen. Je kunt je kind troosten en samen bespreken wat het kind dwars zit. Wanneer een vrouw een jongen begeleidt is er een groter verschil tussen de twee manieren waarop ze met de pijn van rouw omgaan. Een jongen moet vaak leren hoe hij zijn gevoelens onder woorden brengt. En hij heeft misschien sowieso minder behoefte om te vertellen over waar hij mee zit, maar meer om iets actiefs te doen of alleen maar samen te zijn.

In de begeleiding van kinderen die het moeilijk vinden om te praten zou je daarom een aantal dingen anders kunnen aanpakken dan in de begeleiding van kinderen die hun emoties gemakkelijk uiten:

  1. Het is vaak beter om niet rechtstreeks te vragen naar emoties, maar om te kijken of jullie kunnen ontdekken waar emoties in het lichaam zitten. Vaak kunnen jongens wel voelen waar in hun lichaam boosheid of verdriet zit, en er zo uiting aan geven.
  2. Soms lukt praten beter wanneer je iets anders doet, zoals de afwas of een autorit. Je hoeft elkaar dan niet aan te kijken en kunt rustig nadenken over wat je wil zeggen.
  3. Het helpt kinderen vaak om te luisteren in plaats van te praten. Zo kun je kinderen uitleggen hoe rouw in elkaar zit of wat een overlijden met jouzelf doet. Hier kunnen ze veel van leren, en op die manier ook met hun eigen rouw bezig zijn.
  4. Sta kinderen die niet willen praten toe om afleiding te zoeken, of om iets actiefs te gaan doen. Dwing ze niet om iets te doen dat ze niet willen of kunnen doen.
  5. Je kunt toch plek voor rouw maken door kleine ritueeltjes te verzinnen waardoor degene die overleden is geëerd wordt en er altijd een beetje bij blijft. Deze kun je doen zonder woorden.
  6. Het is belangrijk om kinderen die het moeilijk vinden om te praten daar niet over te veroordelen. Niet iedereen kan dat. Het werkt veel beter om het kind uit te nodigen om iets te delen en het te prijzen wanneer dat lukt.

Beveiligd: Hoofdstukken

Om toegang te krijgen tot de extra’s per hoofdstuk heb je een wachtwoord nodig.
Dit is de code die je voor in het Meeleefboek kunt vinden (op de pagina met de huishoudelijke mededelingen).


Hoe weet je of je hulp-kind ‘normaal’ rouwt?

‘Normale rouw’ kenmerkt zich door een slingerbeweging. De persoon die rouwt gaat op en neer tussen twee verschillende oriëntaties: gericht zijn op het verlies, en gericht zijn op herstel. Het Duale procesmodel van Stroebe en Schut (1999) laat deze slingerbeweging zien:

Duale procesmodel van omgaan met verlies (Stroebe & Schut 1999).

Een rouwend kind zal het ene moment bezig zijn met het verlies (door verdrietig of boos te zijn, door het in zijn of haar spel te verwerken, door herinneringen op te halen) en het andere moment bezig zijn met herstel (door nieuwe uitdagingen aan te gaan, zichzelf af te leiden van het verlies of zich op schoolwerk te storten).  Op deze manier is het rouwen, dat van zichzelf heel zwaar is, vol te houden voor kinderen (en voor volwassenen). Het is gezond dat er ook momenten zijn waarop er niet over het verlies nagedacht wordt. Door je te richten op herstel krijg je als nabestaande weer meer controle over je leven en je gevoelens. Je kunt bezig zijn met de toekomst en je richten op een leven zonder de overledene.

Het verschilt per persoon hoe snel de slingerbeweging gaat, aan welke kant de meeste tijd wordt besteed (aan de verlies-kant of aan de herstel-kant) en welke gevoelens iemand ervaart. Het is helemaal niet vreemd als een kind vooral boos is over een overlijden, dat is net zo goed een onderdeel van de verliesgerichte oriëntatie als dat het tonen van verdriet dat is. Ook een kind dat zich terugtrekt en op zijn of haar kamer zit kan heel goed bezig zijn met het verlies. Er zijn dus, binnen de twee oriëntaties vele manieren om daar mee om te gaan. Het is daarom, als hulp-volwassene, heel belangrijk dat je oog hebt voor het rouwproces van je hulp-kind, in plaats van verwachtingen te hebben over hoe zijn of haar rouwproces zou moeten verlopen. Je kunt je kind helpen door ruimte te maken voor wat er is, en door ervoor te zorgen dat allebei de kanten (verlies en herstel) een plek hebben in het leven van je kind.

Specifiek bij kinderen is het belangrijk om te onthouden dat zij een enorme ontwikkeling doormaken op het gebied van kennis, vaardigheden, emoties, motoriek etc. Dit ontwikkelingsproces loopt naast het rouwproces dat erbij gekomen is. Het is belangrijk dat een kind in staat is om ook zijn of haar normale ontwikkelingstaken te kunnen doen. Wanneer dat niet meer lukt, omdat het rouwproces voorop is komen te staan, is er misschien sprake van gecompliceerde rouw.

Gecompliceerde rouw

Meestal pakken mensen die rouwen na verloop van tijd de draad weer op. Het verschilt per persoon hoe snel dit gebeurt. Sommige mensen doen dat na een aantal weken weer, anderen hebben veel langer nodig. Uiteindelijk gaat het verlies bij ze horen. Het wordt een onderdeel van wie ze zijn, een hoofdstuk in hun levensverhaal dat de verdere hoofdstukken zal blijven beïnvloeden. De overledene blijft gemist worden, maar niet meer zo heftig en niet meer altijd. De pijn van het verlies wordt draaglijker.

Voor een deel van de mensen gebeurt dit niet. Zij blijven, ook lange tijd na een overlijden, midden in de pijn en het verlies. Deze blijven heel scherp aanwezig en worden niet na verloop van tijd minder. Dit belemmert hun alledaagse functioneren. Mensen die vast zitten in gecompliceerde rouw komen niet toe aan de slingerbeweging die normale rouw kenmerkt. Het verwerkingsproces is gestagneerd , waardoor de intense emoties aanhouden. Deze stagnatie belemmert kinderen in hun normale ontwikkelingstaken. Op dat moment wordt er gesproken van gecompliceerde rouw, waarbij professionele hulp nodig is.

Cijfers laten zien dat ongeveer 15 tot 20% van de nabestaanden kampt met gecompliceerde rouw. Dit is dus maar een relatief klein percentage van alle mensen die rouwen. De meeste mensen (en kinderen) ontwikkelen geen ernstige problemen na het verlies van een overledene (Spuij, 2017). Zelfs van de kinderen die een ouder verloren zijn ontwikkelt slechts 10% gecompliceerde rouw. Deze kleine groep kinderen ervaart problemen in het dagelijks functioneren en ontwikkelt vaak een depressieve stoornis.

We spreken van gecompliceerde rouw wanneer een volwassene na 12 maanden nog steeds vast zit aan de verlies-kant van het duale procesmodel. Voor kinderen geldt een termijn van 6 maanden. Dit betekent nadrukkelijk niet dat rouwen na deze periode klaar moet zijn. Natuurlijk blijft een verlies pijnlijk en kan het zelfs na jaren nog actief gevoeld worden. Maar normale rouw zal na de eerste, heftigste periode over gaan in een periode van slingeren tussen de twee oriëntaties.

Uitgestelde rouw

Soms is een verlies te heftig voor een persoon. Hij of zij kan het niet aan om er mee om te gaan. Mensen kunnen de pijnlijke gevoelens die bij een verlies horen (de verliesgerichte orientatie) dan uit de weg gaan. Dat kan heel bewust gebeuren, maar ook onbewust. Mensen richten zich bij uitgestelde rouw volledig op de herstelgerichte kant van het duale procesmodel. Uitgestelde rouw wordt vaak gezien in het begin van een rouwproces. Het is geen probleem wanneer een kind een tijd nodig heeft om met zijn of haar rouwproces te beginnen. Wanneer dit echter te lang aanhoudt kan dit vermijden van de verliesgerichte kant van rouw problematisch worden, omdat de slingerbeweging die zo nodig is bij rouw niet op gang komt.

Bij kinderen wordt uitgestelde rouw vaak gezien wanneer  een overlijden een groot effect op een gezin heeft. Kinderen kunnen hun rouw uitstellen totdat de situatie in hun gezin weer veilig is en ze voelen dat er ruimte voor hun rouwproces is. Wanneer een kind zijn of haar moeder verliest, waarbij vader een tijd lang volledig door het verlies in beslag wordt genomen, kan het zijn dat het kind begint met rouwen zodra vader weer steviger in het leven staat. Deze uitgestelde rouw is op zich niet problematisch, zolang er maar een moment komt waarop het kind zijn of haar rouwproces aangaat.

Herrouwen

Herrouwen lijkt op uitgestelde rouw, maar is toch anders. Herrouwen gebeurt wanneer een kind de rouw die het eerder doorgemaakt heeft opnieuw beleeft. De achterliggend reden hiervoor is dat kinderen, omdat ze zich zo snel ontwikkelen, een verlies iedere keer op een andere manier beleven. Een ontwikkelingstaak voor jonge kinderen is bijvoorbeeld het leren begrijpen van de wereld en de dood. Zodra een kind begrijpt dat de dood onomkeerbaar is, kan het gemis ineens heel anders gevoeld worden. Wanneer dit kind puber wordt, en zich los gaat maken van zijn of haar omgeving, kan rouw weer terug komen, omdat het kind de overleden mist om zich los van te maken.

De verschillende ontwikkelingstaken die een kind volbrengt kunnen er dus voor zorgen dat de rouw om een overledene iedere keer op een andere manier weer gevoeld wordt. Doordat ze zichzelf en de wereld om zich heen steeds beter begrijpen kan het verlies weer actueel worden. Dit is een normaal proces. Het is hierbij belangrijk om deze herrouw niet te veroordelen, maar er iedere keer opnieuw weer ruimte voor te maken en te kijken naar wat het kind nodig heeft.

Wil je meer weten over gecompliceerde rouw? Het boek van Mariken Spuij (rouwen bij kinderen en jongeren) geeft een hele goede weergave van alle kennis en literatuur rondom dit onderwerp.