Voor wie is het Doorleefboek?

Soms heb je dat. Zo’n moment waarop dingen op hun plek vallen. Een ‘aha-erlebnis’ (om het in mooi Duits te zeggen).  Een moment waarop ineens een lichtje gaat branden. Waarop je ineens weet hoe het zit of hoe het moet. Begin van dit jaar had ik zo’n erlebnis. De ‘aha’ van afgelopen januari (2017) heet het Doorleefboek. En nu is het moment daar om jullie er over te vertellen.

Het Doorleefboek is een boek voor kinderen tussen de 6 en de 10 die rouwen. In dit boek staan allerlei opdrachten die deze kinderen kunnen doen, om ze meer begrip te geven over rouw, om ze leren om te gaan met hun gevoelens rondom die rouw, om ze dingen te laten doen en maken om deze gevoelens te uiten en om hun netwerk te versterken.

Het versterken van het netwerk

Die laatste, het versterken van het netwerk, dat is de kern van de ‘aha’. Want als je als kind een belangrijk iemand verliest (bijvoorbeeld een van je ouders), dan is de rest van je netwerk (je overgebleven ouder, en de andere mensen die erg veel van de overledene hielden) ook totaal ontregeld door dat verlies. Je verliest dus niet alleen een overledene, maar ook een stukje van alle mensen om je heen. Dat kan je als kind heel erg eenzaam maken.

Daarom zoeken we in het Doorleefboek een volwassene, die het kind goed kent en vertrouwt, maar die ietsje verder weg staat van de rouwsituatie. Deze volwassene, de hulp-volwassene, begeleidt het kind door het Doorleefboek. Dat betekent dat ze oefeningen samen doen, en zo samen aan de slag gaan met de rouw van het kind. De hulp-volwassene krijgt hierbij hulp van Barra, Mimuis, Lichtes en Pingo. Zij hebben allemaal een verlies geleden en laten de kinderen zien welke emoties zij voelen rondom dit verlies. Wil je deze 4 dieren leren kennen? Kijk dan dit filmpje.

Hoe help je dan precies?

Het Doorleefboek is ontstaan vanuit het idee dat mensen een kind dat iemand verloren heeft graag willen helpen. Maar dat is niet altijd even gemakkelijk, want hoe doe je dat dan precies. Zelfs als je een goed boek leest over kinderen en rouw, dan is het daarna nog steeds een klus om de kennis uit dit boek te vertalen naar praktische dingen die je met een kind kunt doen. Het Doorleefboek biedt je precies dat: praktische handvaten, opdrachten en oefeningen om samen met een kind echt aan de slag te gaan. En natuurlijk staat het ook boordevol kennis, tips en informatie die je als hulp-volwassene nodig hebt om je hulp-kind goed te kunnen begeleiden.

Dit  bericht verscheen voor het eerst in 2017

Hoe verwerken kinderen rouw?

In de basis zie je in rouwverwerking vaak dezelfde fases of stadia terug komen: ontkenning, marchanderen, woede, verdriet & depressie en aanvaarding (deze 5 rouwfases worden uitgebreid omschreven door Elisabeth Kübler Ross). Als kunstzinnig hulpverlener bij het Vicki Brownhuis in Den Bosch zie ik verschillen in rouwverwerking tussen kinderen en volwassenen die het overdenken waard zijn. Deze blog gaat over de vraag: hoe verwerken kinderen rouw? In deze vijfde blog van de serie wil ik graag in gaan op de vijfde fase van rouwverwerking: aanvaarding

Aanvaarding

Het klinkt zo gemakkelijk: aanvaarding. Accepteren dat iets is zoals het is. Maar deze 5e fase van rouw gaat verder dan alleen acceptatie. Het gaat ook over het aanpassen aan een omgeving zonder degene die overleden is, en over een nieuwe plaats geven van de overledene in je leven. Je moet opnieuw leren houden van het leven. En dat klinkt al veel moeilijker, niet?

Een van de dingen waar kinderen vaak veel beter in zijn dan volwassenen, is een nieuwe band opbouwen met een overledene. Als je als meisje altijd fietstochtjes maakte met oma, dan kan dat niet meer wanneer oma overleden is. Je moet een nieuwe manier vinden om de band die je met oma had (en hebt) vorm te geven. En kinderen weten vaak prachtige manieren te bedenken waarop dat kan. Ze knippen en plakken sterren die ze op het plafond in hun slaapkamer plakken zodat papa over ze kan waken als ze slapen, of ze maken een altaartje voor het overleden konijn, met daarin een potje met konijnenkeuteltjes.

De relatie behouden

Mensen denken dat een onderlinge band verbroken wordt nadat iemand overlijdt, maar eigenlijk is dat niet waar. De liefde die je voor elkaar had blijft bestaan, en is even waardevol als wanneer iemand er nog was. Je moet alleen een andere manier vinden om deze liefde te uiten. Ik herinner me dat mijn vader overleed, en dat ik vrij snel daarna een zonnestraal uit een wolk zag piepen. Voor mij voelde dat heel duidelijk als contact met mijn vader, hij zat boven op die wolk en liet mij zo zien dat hij aan mij dacht! En het maakte voor mij niet uit dat ik eigenlijk niet geloof dat mijn vader ECHT op die wolk kan zitten, maar het was een nieuwe manier van mijn vader in mijn dagelijks leven opnemen. Later heb ik een ring laten maken met de as van mijn vader erin verwerkt, en ik heb deze ring zelf gegraveerd met de woorden: ‘het regent zonnestralen’. Wederom een manier om mijn vader dicht bij me te houden, ook al zal ik hem fysiek nooit meer zien.

Kinderen kunnen dit heel goed, omdat ze genoeg fantasie hebben om leuke manieren te bedenken om de herinnering aan een overledene levendig te houden. Laat je dus vooral door je kinderen leiden wanneer je op zoek bent naar manieren om als gezin regelmatig stil te staan bij degene die jullie missen. Het is wel belangrijk om, wanneer je kinderen groter worden, steeds te checken of de manier die jullie gevonden hebben nog wel bij hun leeftijd past. Wat goed is voor een 6-jarige hoeft helemaal niet meer te werken voor een 10-jarige. Maar het blijft hoe dan ook heel fijn om met zijn allen een klein ritueeltje te hebben, zodat degene die je mist er gewoon nog bij hoort, en je de band die jullie hadden nooit helemaal hoeft te verbreken.

5 tips voor kinderen die rouwen

Ben jij iemand verloren van wie je veel hield? Dan ben je waarschijnlijk in de rouw, of je nou kind of volwassene bent. Dit is een blog vol met tips over rouw, en hoe je daar mee om kunt gaan. Hij is speciaal bedoeld voor kinderen. Maar ook ouders en grootouders mogen deze blog lezen!

1. Rouw klinkt als iets dat heel erg eng is. Iets dat je het liefste nooit wil voelen. Maar rouw hoort bij het leven. Je voelt rouw wanneer je iets of iemand waar je heel erg veel van hield verliest. Ze zeggen ook wel eens: rouw is de achterkant van liefde. Net zoals een medaille twee kanten heeft, heeft ‘houden van’ dat ook. Je kunt dus wel proberen om nooit verdrietig te zijn omdat je iets of iemand verloren bent, maar dat kun je alleen doen door niet meer van dingen te houden en te genieten. En dat is geen goed idee. Wees dus niet bang voor rouw. Het hoort erbij en de meeste mensen leren er mee om gaan.

2. Bij rouw denk je aan het verlies van een mens. Maar je kunt over allerlei dingen rouwen. Het is helemaal niet gek als je je heel verdrietig voelt als je huisdier waar je zo van hield dood is gegaan. En mensen kunnen ook rouwen als ze hun baan verliezen, of heel ziek worden. Als je ouders gaan scheiden hoort rouw er ook bij. Je voelt dus rouw in veel meer situaties dan wanneer iemand dood gaat. Je bent in de rouw wanneer je iets belangrijks verliest. En het maakt niet uit of dat belangrijks een persoon is, of een dier, of je gezondheid.

 

3. Er zijn verschillende manieren om met rouw om te gaan. En het is niet zo dat een van die manieren beter is dan de andere. Het maakt dus niet uit of jij het liefst tekent als je je verdrietig voelt, of afleiding zoekt door heel hard een rondje te gaan fietsen, of het liefst bij je papa of mama op schoot kruipt. Je mag, wanneer je je rot voelt over een verlies, zelf kiezen wat je dan doet. En je papa en mama en broers en zussen mogen dat ook. Iedereen mag op zijn eigen manier rouwen. De ene manier van rouwen is niet beter dan de andere manier.

4. Rouw is heel rommelig. Waarschijnlijk denk je dat je, als je iemand verliest, vooral verdrietig zult zijn. Maar er zijn nog een heleboel andere emoties die je ook kunt voelen wanneer je rouwt. Je kunt je opgelucht voelen dat iemand niet meer hoeft te lijden. Of boos over dat je in de steek gelaten bent. Of schuldig, omdat je wel eens ruzie hebt gemaakt met degene die dood gegaan is. Rouw is een heel rommelig proces waar je waarschijnlijk een heleboel dingen door elkaar voelt. Dat hoort erbij. Daar hoef je niet van te schrikken.

 

 

5. Het is helemaal niet raar om soms om hulp te vragen. Sommige dingen kun je nou eenmaal niet in je eentje doen, en rouwen is daar een van. Schaam je daarom niet om iemand te vragen om een knuffel, of om te luisteren als je wil vertellen hoe je je voelt. Om hulp vragen is een manier om goed voor jezelf te zorgen, en dat is heel belangrijk wanneer verdrietigs gebeurt. En als jij ziet dat je oma of je papa of broer verdrietig is, kun je ze vragen of je ze misschien kunt helpen. Vaak voelen jullie je daar allebei beter door! Vraag om hulp als je die kunt gebruiken en kijk ook eens of je iemand anders kunt helpen.

Wil jij meer hulp om met een verlies om te gaan?  Het Doorleefboek is er speciaal voor jou. Het Doorleefboek staat vol met oefeningen die je als kind op de basisschool met een hulp-volwassene kunt doen. Hierdoor voel je dat je er niet alleen voor staat.

Ellen

Andere vormen van rouw

Het Doorleefboek is geschreven met als uitgangspunt het verlies van een dierbare. Maar het boek kan net zo goed gebruikt worden bij andere vormen van rouw, zoals verhuizing, echtscheiding of verlies van gezondheid. In deze blog lees je meer over deze andere vormen van rouw. Op de hoofdstuk pagina’s vind je suggesties voor hoe je per hoofdstuk aanpassingen kunt maken om het boek te laten passen bij de specifieke situatie waarin je hulp-kind zich bevindt.

Verhuizing
Wanneer je verhuist raak je vanalles kwijt. Allereerst je huis en daarin je eigen vertrouwde kamer. Je woont niet meer naast dezelfde buren. Je kunt niet meer spelen met de kinderen uit de buurt. Soms ga je naar een andere school. Je verliest het contact met je klasgenootjes en met de juffen en meesters. Door een verhuizing wordt het moeilijk om al die mensen, die je eerst vanzelf tegenkwam, te zien. Ook verlies je, in ieder geval een tijdje, de vanzelfsprekendheid van weten waar je dingen kunt vinden, hoe je moet lopen om ergens te komen, kortom: het gevoel van thuis zijn.  Voor sommige kinderen roept een verhuizing heftigere gevoelens op dan voor anderen. Er kan dan wel degelijk sprake zijn van rouw. Het Doorleefboek is ook te gebruiken wanneer een kind rouwt door een verhuizing. De gevoelens van rouw komen in elk soort rouwsituatie terug, en in het Doorleefboek worden deze gevoelens besproken. Soms is het echter nodig om de tekst in een oefening een beetje aan te passen aan deze specifieke rouwsituatie.

Echtscheiding
In een echtscheiding gebeuren er allerlei dingen door elkaar. Ouders gaan uit elkaar, met meer of mindere maten van onenigheid, ruzie en spanningen in een gezin. Het gezin wordt opgesplitst doordat de ouders niet meer bij elkaar wonen. Kinderen hebben soms het gevoel te moeten kiezen en komen in een loyaliteitsconflict. Ze durven bij de ene ouder niet te vertellen dat ze de andere ouder missen of dat ze het daar fijn hebben gehad. Ook gaat een echtscheiding vaak gepaard met een verhuizing. Daardoor moeten kinderen (in ieder geval een deel van de tijd) leren omgaan met een nieuwe omgeving en nieuwe mensen. Soms worden broertjes en zusjes uit elkaar gehaald, waardoor ze elkaar niet meer vanzelfsprekend zien. En ook een nieuwe partner van de ouders kan de boel (onbedoeld) behoorlijk overhoop halen. Veel kinderen hebben last van een echtscheiding, hoe goed hun ouders ook proberen om dit bij ze vandaan te houden. Echtscheiding gaat daarom vaak gepaard met rouw. En net zoals bij rouw om een overleden persoon, komen in deze rouw heel veel tegenstrijdige en moeilijke gevoelens naar boven. Ook bij echtscheiding kan het Doorleefboek ingezet worden om een rouwend kind te helpen om te begrijpen en accepteren wat er allemaal gebeurt.

 Verlies van gezondheid
Wanneer je ziek bent (geworden) of een ongeluk hebt gehad, verlies je een heel cruciaal deel van je leven: je gezondheid. Door een ziekte of ongeluk kun je (tijdelijk) niet meer wat vanzelfsprekend voor je was. Je kunt misschien niet meer naar school, niet meer spelen met je vrienden, niet meer sporten, niet meer meedoen. Je loopt tegen de beperkingen van je eigen lichaam aan. Ook verlies je soms het vertrouwen in je lichaam, en word je bang dat het nooit meer zo fijn zal zijn als vroeger. Veel kinderen die te maken krijgen met een verlies van gezondheid voelen zich anders dan de anderen. Soms is dat op een goede manier: ze voelen zich wijzer en genieten meer van het leven. Maar vaak is dat ook op een onprettige manier, want kinderen willen niet opvallen en niet buiten de groep vallen. Wanneer je je gezondheid (en soms daarmee je toekomstbeeld) verliest, is er sprake van rouw. Het Doorleefboek kan helpen om deze gevoelens een plek te geven en ook te kijken naar wat er wel nog is.

Richtlijnen voor het aanpassen van de oefeningen
Over het algemeen kun je als hulp-volwassene de opdrachten in de hoofdstukken gemakkelijk aanpassen aan de specifieke rouwsituatie waarin je kind zich bevindt. Dit begint bij de verhaaltjes in het Doorleefboek. Sommige verhaaltjes gaan over het verlies van een dierbare (bijvoorbeeld de verhaaltjes over Pingo in hoofdstuk 1). Jullie kunnen deze verhaaltjes samen lezen, en in de nabespreking de overgang maken naar de specifieke rouwsituatie van het kind. Ook al heeft je kind misschien geen persoon verloren, gevoelens van verdriet en missen zijn ook herkenbaar in andere rouwsituaties. Het is dus vaak niet meer dan het aanpassen van de woorden die in de opdrachten staan, om de opdracht meer aan te laten sluiten bij de situatie en beleving daarvan van je hulp-kind.

In sommige opdrachten is er meer nodig dan alleen het veranderen van woorden. Deze opdrachten worden per hoofdstuk besproken onder het kopje ‘andere vormen van rouw’. Hierin worden praktische suggesties gedaan voor het aanpassen van de opdrachten.

Hoe schuldgevoel maakt dat je niet goed kunt rouwen

Fenne lijkt goed om te kunnen gaan met haar moeder’s overlijden. Ze mist haar moeder vreselijk, maar ze heeft er niet zoveel last van in haar dagelijks leven. Toch vermoedt rouwcoach Ellen dat er meer schuilgaat achter Fenne’s brede glimlach…

Er klopt iets niet

Fenne zat met een vastberaden glimlach tegenover me. Ja, het ging best, zei ze. Ze miste haar moeder wel heel erg, maar had daar in haar dagelijkse leven niet zo’n last van. In de klas kon ze, zoals altijd, goed mee. Ze had vriendinnen met wie ze leuke dingen deed. Die wisten het wel van haar moeder, maar ze hadden het er weinig over.

Het klonk alsof Fenne goed wist om te gaan met het verdriet over haar overleden moeder. Het was ook al meer dan een jaar geleden gebeurd, dus dat was niet onverwacht. Maar toch had haar vader haar naar me toe gestuurd omdat Fenne in het afgelopen jaar nooit openlijk over haar moeder had gerouwd. Hij maakte zich zorgen om haar. En ook ik als rouwcoach had het gevoel dat er iets niet helemaal klopte.

Tekening

In onze vierde sessie kwam er iets aan het licht. Ik vroeg haar of ze alle verschillende gevoelens rondom het overlijden van haar moeder een eigen kleur wilde geven, en met deze kleuren een tekening wilde maken. In het bespreken van haar tekening viel me op dat ze, zeer subtiel, de antraciet-kleurige achtergrond wist te vermijden. Toen ik haar vroeg waarom ze deze laatste kleur zelf niet uitgelegd had, zag ik weer die vastberaden glimlach. Die veranderde naar een angstig gezicht, en toen naar tranen. Heel veel tranen. Tranen die al meer dan een jaar niet naar buiten hadden mogen komen.

Loodzwaar schuldgevoel

Na een tijdje durfde ze me te vertellen waar de kleur antraciet voor stond. Voor een loodzwaar schuldgevoel. Want Fenne dacht dat ze verantwoordelijk was voor de dood van haar moeder. Als jong-volwassene had ze de ziekte van haar moeder niet zo serieus genomen. Haar ouders hadden haar gezegd dat alles wel goed zou komen en dat ze zich niet druk hoefde te maken. Dat had ze dan ook niet gedaan. Maar ineens greep de kanker wel heel snel om zich heen en bleef er van haar moeder niets meer over dan een ingevallen lichaam dat op een bed in de woonkamer lag.

 

‘Fenne dacht dat ze verantwoordelijk was voor de dood van haar moeder.’

 

Fenne wilde het niet zien, dat lichaam dat vroeger haar sportieve en prachtige moeder was geweest. Dus ging ze steeds vaker uit. Tot diep in de nacht. Totdat ze op een nacht dronken binnengestommeld kwam en haar moeder wakker werd. ‘Kun je nou werkelijk niet eens een beetje rekening houden met het feit dat ik ziek ben?’, vroeg haar moeder. ‘Leef jij soms alleen voor jezelf?’ Kun je niet eens wat meer rekening houden met papa en hem een beetje helpen?’

Fenne gaf haar moeder een grote mond terug. ‘Bemoei je met je eigen zaken. Jij gaat niet over mijn leven! Ik doe wat ik zelf wil!’ Maar haar moeders woorden raakten haar zo diep, dat ze ze ver weg stopte om er nooit meer aan te hoeven denken.

Geen recht op rouw

Tijdens de crematie schoten haar moeders woorden ineens door haar hoofd. En toen kwam het grote besef. Zij was verantwoordelijk voor haar moeders dood! Als zij minder egoïstisch was geweest en meer haar best had gedaan, dan had haar moeder misschien nog een laatste beetje kracht kunnen vinden om haar ziekte de das om te doen. Die kans had zij haar moeder ontnomen met haar onverantwoordelijke gedrag. Op dat moment, in de aula van het crematorium, terwijl iedereen langs de kist van haar moeder liep, besloot Fenne dat zij geen recht had op rouw. En dat ze dit geheim koste wat kost voor iedereen moest verbergen. Niemand mocht er ooit achter komen wat zij haar moeder had aangedaan.

 

‘Niemand mocht er ooit achter komen wat zij haar moeder had aangedaan.’

 

Opbiechten

Voor een buitenstaander lijkt Fennes schuldgevoel misschien onterecht. Natuurlijk kan zij niets doen aan het overlijden van haar moeder. Maar een (onterecht) schuldgevoel komt vaak voor bij mensen die iemand verloren hebben. En omdat je je daar zo voor schaamt, komt het vaak niet naar buiten. Dit schuldgevoel maakt dat je niet goed kunt rouwen.

 

‘…het opbiechten van een schuldgevoel is de allerbelangrijkste stap.’

 

Vermoed jij dat iemand die je kent worstelt met een schuldgevoel? Jij kunt diegene hier misschien mee helpen. Ga voorzichtig het gesprek aan en laat merken dat je graag wilt luisteren. Laat zien dat je begrijpt dat iemand dit voelt en dat je het niet gek vindt dit te horen. Het is niet slim om te proberen het schuldgevoel weg te poetsen of te zeggen dat iemand zich er maar overheen moet zetten. Dat is met een schuldgevoel, terecht of onterecht, heel moeilijk. Misschien kunnen jullie samen iets bedenken waardoor je het schuldgevoel in kunt lossen. Dat kan zijn door een brief te schrijven aan de overledene, die jullie daarna in stukjes scheuren, begraven of verbranden. Maar het opbiechten van een schuldgevoel is de allerbelangrijkste stap. Dan hoef je het niet meer alleen te dragen, en kan de rouw de ruimte krijgen.

Deze blog verscheen eerder op de site van ‘ik mis je’

Overspoelende gevoelens

Tim is boos. Dat komt door die rotziekte, die papa heeft. Op een dag heeft hij zijn gevoelens niet meer in de hand. Hoe kan psycholoog Ellen hem helpen om met al die ingewikkelde gevoelens om te gaan?

 

Rode waas

Tim weigert het woord ‘kanker’ uit te spreken. En hij kan het niet verdragen wanneer dat woord uitgesproken wordt, vertelt zijn moeder. Dan wordt hij verschrikkelijk boos. En dat is niet handig. Want Tims vader is in behandeling voor kanker. Dat woord hoort er dus bij, bij zijn jonge leven. Ook al is dat het laatste dat je wilt wanneer je 8 bent.

Samen met mama en zus van 10 probeert Tim er het beste van te maken. Stil zijn als papa ligt te slapen. Lief zijn wanneer papa wakker is. Een glaasje sinaasappelsap brengen zonder te knoeien. En dan gebeurt het. Hij is op het schoolplein aan het voetballen, en een tegenstander schiet langs hem door en sist het woord. Het K-woord. En ineens slaan alle stoppen door. Hij weet niet meer hoe, maar het eindigt met een tand door een lip en een blauw oog. Tim was al bang. Bang voor de toekomst. Bang voor die vreselijke ziekte. Maar nu wordt hij nog banger. Voor het rode waas dat voor zijn ogen verschijnt en dat zo moeilijk van zich af te schudden is wanneer iemand dat rotwoord zegt.

Overvallen voor emotie

Net als bij volwassenen, kunnen kinderen soms ineens overvallen worden door een emotie. In een rouwsituatie word je heen en weer geslingerd tussen verdriet, hoop, angst, liefde, woede, en dan ineens word je overspoeld. Je kunt de tranen niet meer onderdrukken, de boosheid niet meer binnenhouden. Je gevoel gaat met je aan de haal. Mensen rouwen niet wanneer het uitkomt. Ze rouwen af en aan, met pieken en dalen. Deze wirwar aan gevoelens die soms ineens uitbarst is een normaal onderdeel van rouwen.

Hier mag alles

De kwasten staan op tafel. Tim en zijn zus hebben allebei een groot vel papier voor zich. Ik vertel ze wat de opdracht is: ‘Ik ga allerlei woorden noemen, en jullie maken er een klein schilderijtje bij. Het hoeft geen mooi schilderijtje te zijn, als het maar lijkt op wat je voelt als je dat woord hoort.’ Zus knikt begrijpend, Tim kijkt naar zijn lege vel papier. Het eerste woord is ‘warmte’, zeg ik. Ze slaan allebei ijverig aan het schilderen. Het tweede woord is ‘spannend’. Het derde woord is ‘ziekte’. Zus doopt haar kwast in de donkere verf, maar Tim doet ineens niets meer. Ik kan de haartjes in zijn nek recht overeind zien staan. Hij schuift onrustig op zijn stoel heen en weer. Zijn zus merkt het ook en stopt met schilderen.

 

‘De wirwar aan gevoelens die soms ineens uitbarst is een normaal onderdeel van rouwen.’

 

‘Vind je dit een moeilijk woord, Tim?’ vraag ik. Tim knikt terwijl hij naar de tafel blijft kijken. ‘We nemen even een pauze’ zeg ik, ‘we  gaan een oefening doen, waarmee je al het gevoel dat in je zit naar buiten kunt gooien.’ Ze kijken me allebei verbaasd aan. ‘Mag dat dan zomaar?’, vraagt zus. ‘Hier mag alles, zo lang we elkaar geen pijn doen’, zeg ik.

Druk van de ketel

Doorleefboek Ellen Dreezens

Het Doorleefboek

Wanneer je merkt dat zich vervelende gevoelens in je lijf opbouwen kun je een oefening doen die de druk van de ketel haalt. Voor kinderen is het werken met hun lichaam heel fijn. Zo kunnen ze gevoelens ervaren en weer los laten. In het Doorleefboek, dat geschreven is voor kinderen op de basisschool die met rouw te maken hebben, staan veel van dit soort lichamelijke oefeningen. Maar je kunt als ouder, verzorger, buren of leerkrachten ook gewoon samen verzinnen wat fijn zou zijn om een moeilijk gevoel los te laten. Je kunt kranten scheuren, heel hard schreeuwen, op het bed springen, in plassen stampen, of wedstrijdje rennen. Dit zijn allemaal goede manieren om gevoelens uit een kinderlichaam te bevrijden.

Kanker

Nu Tim rode blosjes op zijn wangen heeft en een stuk minder gespannen is, vraag ik hem of hij wil vertellen wat er net gebeurde. ‘Ik voelde me heel naar worden toen jij het woord ziekte zei’, vertelt hij. ‘Waar voelde je dat precies?’, vraag ik. ‘In mijn keel en in mijn buik’, zegt Tim. ‘Mijn keel werd dicht geknepen en mijn buik deed pijn.’ Ik vraag aan zijn zus of ze dat herkent. Dat blijkt zo te zijn, alleen niet zo heftig als Tim het voelt. We kijken naar het schilderijtje dat zus maakte bij het woord ‘ziekte’ en bedenken andere woorden die ook bij het schilderijtje passen. Die woorden schrijf ik op een nieuw vel papier. ‘Rot en donker’, zegt Tim. ‘Kanker’ zegt zus. Ze schrikken er allebei van. Ik doe alsof ik niets hoor en vraag aan Tim hoe je dat schrijft, kanker. ‘K’, zegt Tim. ‘Dat is de eerste letter.’ En dan helpt zus en spelt de rest van het woord.

 

‘Voor kinderen is het werken met hun lichaam heel fijn. Zo kunnen ze gevoelens ervaren en weer los laten.’

 

Gevoelens leren kennen

Wanneer de ergste emotie is weggezakt doordat jullie iets lekker wilds hebben gedaan, kun je bespreken welke emotie het kind voelde en waar het dat in zijn of haar lijf voelde. Vraag door naar wat er dan precies te voelen was, of het gevoel groot of klein was, warm of koud, en welke vorm het gevoel heeft. Je helpt het kind zo om gevoelens te herkennen, en er woorden aan te geven. Omdat je ontspannen bent is het gemakkelijker om er over te praten en de gevoelens te onderzoeken.

Moeder vraagt hoe het gegaan is. ‘Goed’, zeg ik. ‘We hebben een eerste stapje gezet.’ Willen jullie nog een keertje terugkomen, vraagt moeder aan Tim en zijn zus? Ze kijken me allebei een beetje verlegen aan en knikken dan.

Deze blog verscheen eerder op de site van ‘ik mis je’

Rouwen jongens en meisjes anders?

Over het algemeen rouwen jongens anders dan meisjes. Het is echter niet zo dat wanneer een jongen iemand verloren heeft, je precies zult weten hoe reageert omdat hij een jongen is. Hetzelfde geldt voor meisjes. Iedereen reageert op zijn of haar eigen manier, en het is aan ons hulp-volwassenen, om te kijken naar wat een kind van ons nodig heeft, ongeacht of het een jongen of een meisje is. Toch is het goed om ook te kijken naar verschillende manieren van rouwen, omdat dat het gemakkelijker maakt om te herkennen wanneer bepaald gedrag een uiting van rouw is en om daar goed mee om te gaan.

Over het algemeen lijkt het zo te zijn dat meisjes meer behoefte hebben aan praten dan jongens. Meisjes zijn op jonge leeftijd al beter in praten dan jongens. Ze kennen meer woorden, en groeien op met het idee dat het goed is om te vertellen wat ze dwars zit. Meisjes leren van hun omgeving dat je in een crisissituatie dingen samen oplost. Ze leren dat ze bij anderen terecht kunnen met hun verdriet en dat ze dat mogen uiten.

Jongens leren van hun omgeving dat je als man je eigen boontjes moet kunnen doppen.  Mannen communiceren meer met hun lichaam en minder met woorden. Jongens onder elkaar communiceren door de competitie met elkaar aan te gaan (voetballen) en hun krachten te meten (worstelen). Ze hebben een tomeloze energie die eruit moet. Ze leren dat ze pijn moeten verduren en niet moeten piepen. Hoe beter je dat kan, hoe hoger je positie in de groep.

Vaak zijn vrouwen degenen die de zorg voor anderen op zich nemen. Wanneer je als vrouw een meisje begeleidt dat iemand verloren is, komen jullie manieren van daarmee omgaan waarschijnlijk voor een groot deel overeen. Je kunt je kind troosten en samen bespreken wat het kind dwars zit. Wanneer een vrouw een jongen begeleidt is er een groter verschil tussen de twee manieren waarop ze met de pijn van rouw omgaan. Een jongen moet vaak leren hoe hij zijn gevoelens onder woorden brengt. En hij heeft misschien sowieso minder behoefte om te vertellen over waar hij mee zit, maar meer om iets actiefs te doen of alleen maar samen te zijn.

In de begeleiding van kinderen die het moeilijk vinden om te praten zou je daarom een aantal dingen anders kunnen aanpakken dan in de begeleiding van kinderen die hun emoties gemakkelijk uiten:

  1. Het is vaak beter om niet rechtstreeks te vragen naar emoties, maar om te kijken of jullie kunnen ontdekken waar emoties in het lichaam zitten. Vaak kunnen jongens wel voelen waar in hun lichaam boosheid of verdriet zit, en er zo uiting aan geven.
  2. Soms lukt praten beter wanneer je iets anders doet, zoals de afwas of een autorit. Je hoeft elkaar dan niet aan te kijken en kunt rustig nadenken over wat je wil zeggen.
  3. Het helpt kinderen vaak om te luisteren in plaats van te praten. Zo kun je kinderen uitleggen hoe rouw in elkaar zit of wat een overlijden met jouzelf doet. Hier kunnen ze veel van leren, en op die manier ook met hun eigen rouw bezig zijn.
  4. Sta kinderen die niet willen praten toe om afleiding te zoeken, of om iets actiefs te gaan doen. Dwing ze niet om iets te doen dat ze niet willen of kunnen doen.
  5. Je kunt toch plek voor rouw maken door kleine ritueeltjes te verzinnen waardoor degene die overleden is geëerd wordt en er altijd een beetje bij blijft. Deze kun je doen zonder woorden.
  6. Het is belangrijk om kinderen die het moeilijk vinden om te praten daar niet over te veroordelen. Niet iedereen kan dat. Het werkt veel beter om het kind uit te nodigen om iets te delen en het te prijzen wanneer dat lukt.

Beveiligd: Hoofdstukken

Om toegang te krijgen tot de extra’s per hoofdstuk heb je een wachtwoord nodig.
Dit is de code die je voor in het Meeleefboek kunt vinden (op de pagina met de huishoudelijke mededelingen).


Hulp-volwassene gezocht!

Stel je voor, je bent 7 en je moeder gaat dood. Je vader is totaal van de wap. Je jongere zusje snapt nog niet zo goed wat er allemaal eigenlijk gebeurt, maar voelt zich ellendig. Jij bent verdrietig, boos en bang. Zou het dan niet heel erg fijn zijn wanneer er een volwassene was, iemand die je vertrouwt, die jou kan troosten en bij wie je je veilig voelt? Iemand die tijd maakt om je te helpen om door deze periode heen te komen? Dit soort volwassenen bestaan. Ik heb ze zelf om me heen gehad toen mijn ouders overleden. Deze volwassenen zijn de sleutel tot het goed doorstaan van een moeilijke periode. Onderzoek toont zelfs aan dat een van de belangrijkste dingen die bepalen of een kind na een zware gebeurtenis in zijn leven het verkeerde pad op gaat, de aanwezigheid van een dergelijke volwassene is. Heeft een kind iemand buiten zijn of haar eigen gezin waar hij of zij terecht kan voor ondersteuning? Dat kind doet het in het latere leven veel beter dan kinderen die dit soort steun buiten de deur niet hadden. Als jij zo’n volwassene bent voor een kind, dan maak je dus echt een verschil!

Wat is een hulp-volwassene?

Dit gegeven (een volwassene van buiten die betrokken is bij een kind en het kind helpt zelf een gezonde volwassene te worden) is de basis van het Doorleefboek. Dit is een boek voor kinderen tussen 6 en 10 die een belangrijke persoon zijn verloren. Dat kan zijn door overlijden, maar ook wanneer bijvoorbeeld je vader door een scheiding ineens niet meer in beeld is spreek je van verlies. Het Doorleefboek koppelt een kind dat een verlies geleden heeft aan een hulp-volwassene. Dat is iemand zoals hier boven, een bekende van het kind (en zijn of haar ouders) die er bewust voor kiest om dit kind te begeleiden. Deze hulp-volwassene krijgt hulp uit het Doorleefboek in de vorm van informatie en achtergronden over rouw bij kinderen en hoe daar mee om te gaan. In het Doorleefboek staan ook een heleboel oefeningen en opdrachten die je als hulp-volwassene met je hulp-kind kunt doen. En er staan verhalen in over dieren (Pingo, Lichtes, Mimuis en Barra) die rouwen.

Word jij een hulp-volwassene?

Waarschijnlijk ken jij wel een kind met wie je een goede band hebt. Een neefje of nichtje, of een zoon of dochter van goede vrienden. Als je weet dat er in het gezin van dit kind iets aan de hand is dat ook zijn impact heeft op dit kind, dan is het een goed idee om eens te kijken of jij een hulp-volwassene zou kunnen zijn voor dit kind. Je hoeft hier geen opleiding voor te doen of speciale kwaliteiten voor te hebben. Je hoeft zelfs geen hele gekke, dure of gedurfde dingen te doen. Elk kind dat in zwaar weer zit is gebaat bij een vast iemand die tijd maakt, luistert, aandacht heeft en niet te snel oordeelt. Iemand die er voor langere tijd zal zijn en die mee wil helpen om het kind goed te doen opgroeien. Iemand van wie je op aan kunt. Iemand die het netwerk rondom het kind (bestaande uit het gezin, opa’s en oma’s en andere mensen) wil versterken.

Natuurlijk moet je even met de ouders van dit kind en met het kind zelf overleggen of zij dit ook zien zitten. Maar ik durf te wedden dat als je dit gesprek aangaat, de reacties op je voorstel wel eens heel positief zouden kunnen zijn. Wil je meer weten over het Doorleefboek en hoe dat er uit ziet? Lees deze blog.

Laten we allemaal samen beslissen dat we, als we een kind kennen dat onze hulp nodig heeft, er over denken om deze speciale positie in het leven van dit kind in te nemen. Je weet niet half hoeveel verschil dat kan maken!

Hulp-volwassene of professional?

Hoe weet je of een kind dat rouwt professionele hulp nodig heeft? Rouw is een normaal proces dat iedereen eens of meerdere malen in zijn of haar leven doormaakt. En de meeste mensen komen zonder al te veel kleerscheuren uit een rouwproces. Dit geldt ook voor kinderen. Dat betekent natuurlijk niet dat een kind dat rouwt niet geholpen kan zijn met extra aandacht, troost en medeleven van een hulp-volwassene. Maar over het algemeen kan rouw worden gezien als een natuurlijk proces dat bij het leven hoort.

Dit kan gebeuren

Maar stel je dan toch even voor: je beste vriendin overlijdt en haar man blijft achter met 3 kinderen. Het gezin doet wat het kan om overeind te blijven en slaagt daar soms beter in dan andere keren. Je merkt dat de oudste dochter zich steeds meer verantwoordelijk opstelt om het gezin draaiende te houden, ook al is ze pas 8. Wat kun jij dan doen, als betrokken volwassen persoon, om dit kind (en daarmee het hele gezin) te ondersteunen? En werkt dat net zo goed als wanneer deze oudste dochter met een professional zou gaan praten?

 

 

Professionele hulp

Allereerst: ik ben helemaal niet tegen het inzetten van professionals. Ik ben er zelf een, en ik denk dat in sommige situaties, wanneer een rouwproces lang duurt en het een kind niet lukt om de stappen te zetten die nodig zijn om weer ‘normaal’ verder te gaan met zijn of haar leven, hulp van een professional nodig kan zijn. Een professional heeft afstand tot de situatie (waardoor je soms beter kunt zien wat er precies gaande is), heeft een heleboel kennis en ervaring (en weet vaak goed hoe te handelen) en kan een tijdje lang met een kind meelopen in een moeilijke situatie.

Hulp-volwassene

Wat een professional niet kan bieden is een situatie waarin het kind liefde ontvangt van iemand die bij hem of haar betrokken is en dat zijn hele leven zal blijven. Een professional knuffelt een kind niet, brengt het kind niet naar bed, haalt het kind niet van school en leert zijn of haar vriendjes niet kennen. Een professional weet niet hoe dingen nu eenmaal gedaan worden in een gezin, zodat hij of zij zich daaraan aan kan passen. Dat is wat jij, als bekende van het gezin wel allemaal kan doen. Jij kan daarmee op een andere manier dan een professional een grote positieve invloed hebben op een kind. En je bent daarmee misschien wel net zo waardevol als de professional.

Hulp voor de hulp-volwassene

Het Doorleefboek helpt je in deze taak, het bijstaan van een kind dat rouwt met wie jij een band hebt. Het boek geeft je hele praktische handvatten voor wat je met dit kind kunt bespreken en hoe je dat spelenderwijs kunt doen. Het geeft je ook achtergrondinformatie over rouw bij kinderen en wat je wat dat betreft kunt verwachten. Het Doorleefboek is daarmee een goede tool om een betrokken volwassene te veranderen in een geweldige hulp-volwassene. Een volwassene die er voor kiest om een kind bij te staan in een moeilijke situatie. Een volwassene die een verschil wil maken.