5 tips voor kinderen die rouwen

Ben jij iemand verloren van wie je veel hield? Dan ben je waarschijnlijk in de rouw, of je nou kind of volwassene bent. Dit is een blog vol met tips over rouw, en hoe je daar mee om kunt gaan. Hij is speciaal bedoeld voor kinderen. Maar ook ouders en grootouders mogen deze blog lezen!

1. Rouw klinkt als iets dat heel erg eng is. Iets dat je het liefste nooit wil voelen. Maar rouw hoort bij het leven. Je voelt rouw wanneer je iets of iemand waar je heel erg veel van hield verliest. Ze zeggen ook wel eens: rouw is de achterkant van liefde. Net zoals een medaille twee kanten heeft, heeft ‘houden van’ dat ook. Je kunt dus wel proberen om nooit verdrietig te zijn omdat je iets of iemand verloren bent, maar dat kun je alleen doen door niet meer van dingen te houden en te genieten. En dat is geen goed idee. Wees dus niet bang voor rouw. Het hoort erbij en de meeste mensen leren er mee om gaan.

2. Bij rouw denk je aan het verlies van een mens. Maar je kunt over allerlei dingen rouwen. Het is helemaal niet gek als je je heel verdrietig voelt als je huisdier waar je zo van hield dood is gegaan. En mensen kunnen ook rouwen als ze hun baan verliezen, of heel ziek worden. Als je ouders gaan scheiden hoort rouw er ook bij. Je voelt dus rouw in veel meer situaties dan wanneer iemand dood gaat. Je bent in de rouw wanneer je iets belangrijks verliest. En het maakt niet uit of dat belangrijks een persoon is, of een dier, of je gezondheid.

 

3. Er zijn verschillende manieren om met rouw om te gaan. En het is niet zo dat een van die manieren beter is dan de andere. Het maakt dus niet uit of jij het liefst tekent als je je verdrietig voelt, of afleiding zoekt door heel hard een rondje te gaan fietsen, of het liefst bij je papa of mama op schoot kruipt. Je mag, wanneer je je rot voelt over een verlies, zelf kiezen wat je dan doet. En je papa en mama en broers en zussen mogen dat ook. Iedereen mag op zijn eigen manier rouwen. De ene manier van rouwen is niet beter dan de andere manier.

4. Rouw is heel rommelig. Waarschijnlijk denk je dat je, als je iemand verliest, vooral verdrietig zult zijn. Maar er zijn nog een heleboel andere emoties die je ook kunt voelen wanneer je rouwt. Je kunt je opgelucht voelen dat iemand niet meer hoeft te lijden. Of boos over dat je in de steek gelaten bent. Of schuldig, omdat je wel eens ruzie hebt gemaakt met degene die dood gegaan is. Rouw is een heel rommelig proces waar je waarschijnlijk een heleboel dingen door elkaar voelt. Dat hoort erbij. Daar hoef je niet van te schrikken.

 

 

5. Het is helemaal niet raar om soms om hulp te vragen. Sommige dingen kun je nou eenmaal niet in je eentje doen, en rouwen is daar een van. Schaam je daarom niet om iemand te vragen om een knuffel, of om te luisteren als je wil vertellen hoe je je voelt. Om hulp vragen is een manier om goed voor jezelf te zorgen, en dat is heel belangrijk wanneer verdrietigs gebeurt. En als jij ziet dat je oma of je papa of broer verdrietig is, kun je ze vragen of je ze misschien kunt helpen. Vaak voelen jullie je daar allebei beter door! Vraag om hulp als je die kunt gebruiken en kijk ook eens of je iemand anders kunt helpen.

Wil jij meer hulp om met een verlies om te gaan?  Het Doorleefboek is er speciaal voor jou. Het Doorleefboek staat vol met oefeningen die je als kind op de basisschool met een hulp-volwassene kunt doen. Hierdoor voel je dat je er niet alleen voor staat.

Ellen

Unieke rouwboeken komen uit

Een blog geschreven door afscheidsfotograaf Boukje Canaan, ook te vinden op afscheidsmomenten.nl

Interview met Ellen Dreezens

Op een warme zomermiddag in Juli sprak ik Ellen Dreezens op het terras over haar boeken die ze gaat uitbrengen: het Doorleefboek & het Meeleefboek*. Dit zijn boeken over rouw voor kinderen in de basisschoolleeftijd en hun hulp-volwassene. Vol enthousiasme vertelt Ellen hoe ze op een ochtend wakker werd met het idee: “Ik moet een boek schrijven”.

Er bestaat al van alles aan boeken over rouw, ook voor kinderen. Er zijn prentenboeken, er zijn werkboeken en er zijn informatieve boeken voor volwassenen, maar een combinatie van boeken voor kind en volwassene dat was er nog niet. In het Doorleefboek staan verhalen over dieren die verschillende soorten van rouw ervaren. Ieder dier kan een andere herkenning oproepen bij kinderen die kampen met verlies. Niet enkel ervaringen met de dood veroorzaken rouw. Ook een verhuizing of echtscheiding kunnen gevoelens van rouw met zich meebrengen. Of het verlies van gezondheid. Juist wanneer je je anders voelt dan de rest, om wat voor reden dan ook, kan men pijn en verdriet ervaren.

(*Deze boeken zijn niet afzonderlijk te koop. Wanneer je er een bestelt krijg je ze alle twee.)

Waar komt deze drang voor een boek vandaan?

Ellen is zelf jong wees geworden. Ze verloor haar moeder toen ze vier jaar oud was en zeventien jaar later verloor ze haar vader. Gelukkig heeft Ellen plekken gekend waar ze zichzelf kon zijn, buiten haar eigen thuis. Een huis waar ze altijd welkom was en wist waar de koekjes lagen. Dit heeft haar veel steun gegeven waar ze nu nog de vruchten van plukt. Want ze kan vanuit haar eigen ervaring heel goed een luisterend oor zijn voor wie het nodig heeft. Ze werkt als coach en merkt dat, wie ze ook begeleidt, het altijd gaat over pijn en verlies. Ze besloot zich hierin te specialiseren.

Hulp-volwassene

Ellen vertelde dat de keuzes die kinderen maken die een verlies hebben meegemaakt te maken hebben met hoe ze veiligheid bij anderen hebben ervaren tijdens de rouw. Hoe zij met hun gedachtes en gevoelens bij iemand terecht hebben gekund maakt dat ze kunnen kiezen tussen ‘goed en slecht’.
Ellen vertelde dat, hoe een kind door een periode van rouw komt, afhangt van hoe veilig het zich in deze periode voelt bij de mensen om zich heen. Een kind heeft tijd en ruimte nodig om te kunnen rouwen, maar ook een luisterend oor en lichamelijke warmte. Hoe veiliger het kind zich voelt, hoe meer het zijn of haar gedachten en gevoelens kan delen. Hierdoor snapt een kind beter waar het doorheen gaat.

Een verlies dat een kind raakt, dat raakt je als ouder ook. Als ouder kan het dan moeilijk zijn om, tegelijk met je eigen verdriet, je kind goed te ondersteunen. Een hulp-volwassene kan daarin extra hulp bieden, door de ouder te helpen het kind op te vangen. Andersom willen kinderen hun ouders beschermen; zij vertellen of delen veel emoties en zaken niet, omdat ze intuïtief weten dat ze daarmee hun ouder(s) pijn zullen doen. Dit kunnen ze soms beter kwijt bij iemand die iets verder van het verlies af staat.
Ellen zei tegen me: “Ik hoorde ooit het beste relatie advies: -Je moet niet denken dat je alles bij je partner kunt vinden.- Dit werkt ook zo voor kinderen; ze hoeven niet alleen hun ouders om zich heen te hebben. Zeker niet wanneer ze kampen met verlies. Ouders mogen begrijpen dat ze niet de enige opvoeder hoeven zijn in het leven van hun kind. Anderen kunnen belangrijke bijdragen leveren die kinderen verder helpen.”

Kinderen hebben verschillende behoeftes. Ellen zegt: ‘Ik kan heel goed luisteren en mijn broer gaat graag iets doen, zoals sporten. Dus kun je maar beter ons beiden als hulp-volwassene hebben. Om bij de een gehoord te worden en bij de ander je lichamelijk te mogen uiten.’ Voor Ellen is het heel belangrijk dat ouders gaan begrijpen hoe ze dat netwerk van mensen om het kind heen leren vergroten. Anderen kunnen op andere manieren datgene bieden of ruimte bieden voor wat er nodig is bij een kind dat kampt met verlies.

Praktisch

Ik mocht het Doorleefboek digitaal al inkijken en wat mij opviel naast de kleurrijke tekeningen, is dat er duidelijk uitleg is over ‘Wat’ en ‘Hoe’. Een kind helpen is heel fijn als je precies weet hoe je dit moet doen. In het Meeleefboek wordt dit praktisch en helder uitgelegd. Ellen knikt ter bevestiging. Ze wilde de achtergrondinformatie heel duidelijk en praktisch wegzetten. In het Meeleefboek voor de hulp-volwassene had ze zoiets kunnen zeggen als: kinderen doorlopen verschillende fases. Voor een volwassene die weinig over rouw weet is dit nog steeds onduidelijk. Welke fases komen dan wanneer en hoe? Dat is nog altijd een lastig iets. Daarom koos Ellen ervoor om het boek op een zeer praktische manier te schrijven, zodat de hulp-volwassene er meteen mee aan de slag kan.

Getest

De werking van het Doorleefboek is ook werkelijk getest; een aantal kinderen van verschillende leeftijden hebben, samen met een hulp-volwassene (opa’s, oma’s, buren, tantes en ouders) gewerkt met het Doorleefboek en de opdrachten gedaan. Ellen kwam er zo bijvoorbeeld achter dat de ruimtes voor eigen tekstinvulling redelijk groot moesten zijn. Jonge kinderen schrijven vrij groot. De reacties waren allen zeer positief. De tips en opdrachten gaven de hulp-volwassene goede handvatten om met het kind aan de slag te gaan.

Ellen vond dat de hulp-volwassenen en ouders lef hadden om met het Meeleefboek te werken. “Hoezo lef?”, wilde ik weten. –“ In onze opvoeding of maatschappij zijn allerlei regels, maar ook mythes over rouw aanwezig. Er is lef voor nodig om deze los te laten. Om open te staan voor wat je kind nodig heeft. Dat is waar het in het Doorleefboek om draait.”

“Wat is dan volgens jou het belangrijkste?”, vroeg ik haar. “Een tweede thuisplek. Voor mij vroeger was dat waar ik niet dat meisje was met die dooie moeder, maar gewoon waar ik mezelf mocht zijn. Daar wist ik de plek van de snoep-pot te vinden.”

Verwachtingen rondom rouw

Als er iets heftigs met je is gebeurd dan word je direct ‘gelabeld’. Ellen werd vroeger gezien als ‘het meisje met die dooie moeder’. Mensen gaan er vanuit dat je wel zal huilen, of dat je niet vrolijk zult zijn. Deze verwachtingen maken het voor een kind moeilijk om zich ongeremd te gedragen.

Tegelijkertijd zijn er ook een heel aantal emoties die mensen dan weer niet verwachten bij rouw, zoals schaamte en schuldgevoel. Ellen heeft specifiek aandacht besteed aan deze emoties in het boek. Jonge kinderen kunnen namelijk magisch denken. Ze denken dat ze invloed hebben op dingen waarvan wij als volwassenen weten dat dat niet kan. Als voorbeeld vertelt ze mij dat een kind een keer dacht; “papa is boos op mij, ik zou willen dat hij weg was”. En een paar maanden later is hij werkelijk weg om nooit meer terug te komen, want hij overlijdt. Dat is wel zo heftig! Want dit kind kan zomaar denken dat het zijn schuld was door die ene gedachte; dat papa weg moest. Niemand kan bedenken dat een kind dit ooit gedacht kan hebben en zich daar nu schuldig over voelt. Een kind deelt dit gevoel niet zomaar en leeft dan wel met een schuldgevoel.

Ik merkte dat Ellen nog veel meer te vertellen had over wat ze allemaal op touw wil zetten om dit pakket van twee boeken te promoten. Er komen lezingen, workshops, een reizende etalage, een expositie, ze bedacht al vingerpopjes die simpel te knutselen zijn. Kortom er is voor nu te veel om op te noemen. Kijk op www.doorleefboek.nl voor meer informatie of kijk hier voor een inzage-exemplaar van het Doorleefboek.

Ga liever aan de slag zodra de boeken te verkrijgen zijn om zelf te ervaren wat ze mogen betekenen in het land van kinderen en rouw. Of geef het cadeau aan mensen in situaties met kinderen en rouw. Heb je wat aan deze informatie, of denk je dat het meer iets is voor een ander? Deel dit blog. Zo help je anderen op de hoogte brengen. Dank alvast. Reageren mag ook.

Andere vormen van rouw

Het Doorleefboek is geschreven met als uitgangspunt het verlies van een dierbare. Maar het boek kan net zo goed gebruikt worden bij andere vormen van rouw, zoals verhuizing, echtscheiding of verlies van gezondheid. In deze blog lees je meer over deze andere vormen van rouw. Op de hoofdstuk pagina’s vind je suggesties voor hoe je per hoofdstuk aanpassingen kunt maken om het boek te laten passen bij de specifieke situatie waarin je hulp-kind zich bevindt.

Verhuizing

Wanneer je verhuist raak je vanalles kwijt. Allereerst je huis en daarin je eigen vertrouwde kamer. Je woont niet meer naast dezelfde buren. Je kunt niet meer spelen met de kinderen uit de buurt. Soms ga je naar een andere school. Je verliest het contact met je klasgenootjes en met de juffen en meesters. Door een verhuizing wordt het moeilijk om al die mensen, die je eerst vanzelf tegenkwam, te zien. Ook verlies je, in ieder geval een tijdje, de vanzelfsprekendheid van weten waar je dingen kunt vinden, hoe je moet lopen om ergens te komen, kortom: het gevoel van thuis zijn.  Voor sommige kinderen roept een verhuizing heftigere gevoelens op dan voor anderen. Er kan dan wel degelijk sprake zijn van rouw. Het Doorleefboek is ook te gebruiken wanneer een kind rouwt door een verhuizing. De gevoelens van rouw komen in elk soort rouwsituatie terug, en in het Doorleefboek worden deze gevoelens besproken. Soms is het echter nodig om de tekst in een oefening een beetje aan te passen aan deze specifieke rouwsituatie.

Echtscheiding

In een echtscheiding gebeuren er allerlei dingen door elkaar. Ouders gaan uit elkaar, met meer of mindere maten van onenigheid, ruzie en spanningen in een gezin. Het gezin wordt opgesplitst doordat de ouders niet meer bij elkaar wonen. Kinderen hebben soms het gevoel te moeten kiezen en komen in een loyaliteitsconflict. Ze durven bij de ene ouder niet te vertellen dat ze de andere ouder missen of dat ze het daar fijn hebben gehad. Ook gaat een echtscheiding vaak gepaard met een verhuizing. Daardoor moeten kinderen (in ieder geval een deel van de tijd) leren omgaan met een nieuwe omgeving en nieuwe mensen. Soms worden broertjes en zusjes uit elkaar gehaald, waardoor ze elkaar niet meer vanzelfsprekend zien. En ook een nieuwe partner van de ouders kan de boel (onbedoeld) behoorlijk overhoop halen. Veel kinderen hebben last van een echtscheiding, hoe goed hun ouders ook proberen om dit bij ze vandaan te houden. Echtscheiding gaat daarom vaak gepaard met rouw. En net zoals bij rouw om een overleden persoon, komen in deze rouw heel veel tegenstrijdige en moeilijke gevoelens naar boven. Ook bij echtscheiding kan het Doorleefboek ingezet worden om een rouwend kind te helpen om te begrijpen en accepteren wat er allemaal gebeurt.

Verlies van gezondheid

Wanneer je ziek bent (geworden) of een ongeluk hebt gehad, verlies je een heel cruciaal deel van je leven: je gezondheid. Door een ziekte of ongeluk kun je (tijdelijk) niet meer wat vanzelfsprekend voor je was. Je kunt misschien niet meer naar school, niet meer spelen met je vrienden, niet meer sporten, niet meer meedoen. Je loopt tegen de beperkingen van je eigen lichaam aan. Ook verlies je soms het vertrouwen in je lichaam, en word je bang dat het nooit meer zo fijn zal zijn als vroeger. Veel kinderen die te maken krijgen met een verlies van gezondheid voelen zich anders dan de anderen. Soms is dat op een goede manier: ze voelen zich wijzer en genieten meer van het leven. Maar vaak is dat ook op een onprettige manier, want kinderen willen niet opvallen en niet buiten de groep vallen. Wanneer je je gezondheid (en soms daarmee je toekomstbeeld) verliest, is er sprake van rouw. Het Doorleefboek kan helpen om deze gevoelens een plek te geven en ook te kijken naar wat er wel nog is.

Richtlijnen voor het aanpassen van de oefeningen

Over het algemeen kun je als hulp-volwassene de opdrachten in de hoofdstukken gemakkelijk aanpassen aan de specifieke rouwsituatie waarin je kind zich bevindt. Dit begint bij de verhaaltjes in het Doorleefboek. Sommige verhaaltjes gaan over het verlies van een dierbare (bijvoorbeeld de verhaaltjes over Pingo in hoofdstuk 1). Jullie kunnen deze verhaaltjes samen lezen, en in de nabespreking de overgang maken naar de specifieke rouwsituatie van het kind. Ook al heeft je kind misschien geen persoon verloren, gevoelens van verdriet en missen zijn ook herkenbaar in andere rouwsituaties. Het is dus vaak niet meer dan het aanpassen van de woorden die in de opdrachten staan, om de opdracht meer aan te laten sluiten bij de situatie en beleving daarvan van je hulp-kind.

In sommige opdrachten is er meer nodig dan alleen het veranderen van woorden. Deze opdrachten worden per hoofdstuk besproken onder het kopje ‘andere vormen van rouw’. Hierin worden praktische suggesties gedaan voor het aanpassen van de opdrachten.

Rouwen jongens en meisjes anders?

Over het algemeen rouwen jongens anders dan meisjes. Het is echter niet zo dat wanneer een jongen iemand verloren heeft, je precies zult weten hoe reageert omdat hij een jongen is. Hetzelfde geldt voor meisjes. Iedereen reageert op zijn of haar eigen manier, en het is aan ons hulp-volwassenen, om te kijken naar wat een kind van ons nodig heeft, ongeacht of het een jongen of een meisje is. Toch is het goed om ook te kijken naar verschillende manieren van rouwen, omdat dat het gemakkelijker maakt om te herkennen wanneer bepaald gedrag een uiting van rouw is en om daar goed mee om te gaan.

Over het algemeen lijkt het zo te zijn dat meisjes meer behoefte hebben aan praten dan jongens. Meisjes zijn op jonge leeftijd al beter in praten dan jongens. Ze kennen meer woorden, en groeien op met het idee dat het goed is om te vertellen wat ze dwars zit. Meisjes leren van hun omgeving dat je in een crisissituatie dingen samen oplost. Ze leren dat ze bij anderen terecht kunnen met hun verdriet en dat ze dat mogen uiten.

Jongens leren van hun omgeving dat je als man je eigen boontjes moet kunnen doppen.  Mannen communiceren meer met hun lichaam en minder met woorden. Jongens onder elkaar communiceren door de competitie met elkaar aan te gaan (voetballen) en hun krachten te meten (worstelen). Ze hebben een tomeloze energie die eruit moet. Ze leren dat ze pijn moeten verduren en niet moeten piepen. Hoe beter je dat kan, hoe hoger je positie in de groep.

Vaak zijn vrouwen degenen die de zorg voor anderen op zich nemen. Wanneer je als vrouw een meisje begeleidt dat iemand verloren is, komen jullie manieren van daarmee omgaan waarschijnlijk voor een groot deel overeen. Je kunt je kind troosten en samen bespreken wat het kind dwars zit. Wanneer een vrouw een jongen begeleidt is er een groter verschil tussen de twee manieren waarop ze met de pijn van rouw omgaan. Een jongen moet vaak leren hoe hij zijn gevoelens onder woorden brengt. En hij heeft misschien sowieso minder behoefte om te vertellen over waar hij mee zit, maar meer om iets actiefs te doen of alleen maar samen te zijn.

In de begeleiding van kinderen die het moeilijk vinden om te praten zou je daarom een aantal dingen anders kunnen aanpakken dan in de begeleiding van kinderen die hun emoties gemakkelijk uiten:

  1. Het is vaak beter om niet rechtstreeks te vragen naar emoties, maar om te kijken of jullie kunnen ontdekken waar emoties in het lichaam zitten. Vaak kunnen jongens wel voelen waar in hun lichaam boosheid of verdriet zit, en er zo uiting aan geven.
  2. Soms lukt praten beter wanneer je iets anders doet, zoals de afwas of een autorit. Je hoeft elkaar dan niet aan te kijken en kunt rustig nadenken over wat je wil zeggen.
  3. Het helpt kinderen vaak om te luisteren in plaats van te praten. Zo kun je kinderen uitleggen hoe rouw in elkaar zit of wat een overlijden met jouzelf doet. Hier kunnen ze veel van leren, en op die manier ook met hun eigen rouw bezig zijn.
  4. Sta kinderen die niet willen praten toe om afleiding te zoeken, of om iets actiefs te gaan doen. Dwing ze niet om iets te doen dat ze niet willen of kunnen doen.
  5. Je kunt toch plek voor rouw maken door kleine ritueeltjes te verzinnen waardoor degene die overleden is geëerd wordt en er altijd een beetje bij blijft. Deze kun je doen zonder woorden.
  6. Het is belangrijk om kinderen die het moeilijk vinden om te praten daar niet over te veroordelen. Niet iedereen kan dat. Het werkt veel beter om het kind uit te nodigen om iets te delen en het te prijzen wanneer dat lukt.

Beveiligd: Hoofdstukken

Om toegang te krijgen tot de extra’s per hoofdstuk heb je een wachtwoord nodig.
Dit is de code die je voor in het Meeleefboek kunt vinden (op de pagina met de huishoudelijke mededelingen).


Hoe weet je of je hulp-kind ‘normaal’ rouwt?

‘Normale rouw’ kenmerkt zich door een slingerbeweging. De persoon die rouwt gaat op en neer tussen twee verschillende oriëntaties: gericht zijn op het verlies, en gericht zijn op herstel. Het Duale procesmodel van Stroebe en Schut (1999) laat deze slingerbeweging zien:

Duale procesmodel van omgaan met verlies (Stroebe & Schut 1999).

Een rouwend kind zal het ene moment bezig zijn met het verlies (door verdrietig of boos te zijn, door het in zijn of haar spel te verwerken, door herinneringen op te halen) en het andere moment bezig zijn met herstel (door nieuwe uitdagingen aan te gaan, zichzelf af te leiden van het verlies of zich op schoolwerk te storten).  Op deze manier is het rouwen, dat van zichzelf heel zwaar is, vol te houden voor kinderen (en voor volwassenen). Het is gezond dat er ook momenten zijn waarop er niet over het verlies nagedacht wordt. Door je te richten op herstel krijg je als nabestaande weer meer controle over je leven en je gevoelens. Je kunt bezig zijn met de toekomst en je richten op een leven zonder de overledene.

Het verschilt per persoon hoe snel de slingerbeweging gaat, aan welke kant de meeste tijd wordt besteed (aan de verlies-kant of aan de herstel-kant) en welke gevoelens iemand ervaart. Het is helemaal niet vreemd als een kind vooral boos is over een overlijden, dat is net zo goed een onderdeel van de verliesgerichte oriëntatie als dat het tonen van verdriet dat is. Ook een kind dat zich terugtrekt en op zijn of haar kamer zit kan heel goed bezig zijn met het verlies. Er zijn dus, binnen de twee oriëntaties vele manieren om daar mee om te gaan. Het is daarom, als hulp-volwassene, heel belangrijk dat je oog hebt voor het rouwproces van je hulp-kind, in plaats van verwachtingen te hebben over hoe zijn of haar rouwproces zou moeten verlopen. Je kunt je kind helpen door ruimte te maken voor wat er is, en door ervoor te zorgen dat allebei de kanten (verlies en herstel) een plek hebben in het leven van je kind.

Specifiek bij kinderen is het belangrijk om te onthouden dat zij een enorme ontwikkeling doormaken op het gebied van kennis, vaardigheden, emoties, motoriek etc. Dit ontwikkelingsproces loopt naast het rouwproces dat erbij gekomen is. Het is belangrijk dat een kind in staat is om ook zijn of haar normale ontwikkelingstaken te kunnen doen. Wanneer dat niet meer lukt, omdat het rouwproces voorop is komen te staan, is er misschien sprake van gecompliceerde rouw.

Gecompliceerde rouw

Meestal pakken mensen die rouwen na verloop van tijd de draad weer op. Het verschilt per persoon hoe snel dit gebeurt. Sommige mensen doen dat na een aantal weken weer, anderen hebben veel langer nodig. Uiteindelijk gaat het verlies bij ze horen. Het wordt een onderdeel van wie ze zijn, een hoofdstuk in hun levensverhaal dat de verdere hoofdstukken zal blijven beïnvloeden. De overledene blijft gemist worden, maar niet meer zo heftig en niet meer altijd. De pijn van het verlies wordt draaglijker.

Voor een deel van de mensen gebeurt dit niet. Zij blijven, ook lange tijd na een overlijden, midden in de pijn en het verlies. Deze blijven heel scherp aanwezig en worden niet na verloop van tijd minder. Dit belemmert hun alledaagse functioneren. Mensen die vast zitten in gecompliceerde rouw komen niet toe aan de slingerbeweging die normale rouw kenmerkt. Het verwerkingsproces is gestagneerd , waardoor de intense emoties aanhouden. Deze stagnatie belemmert kinderen in hun normale ontwikkelingstaken. Op dat moment wordt er gesproken van gecompliceerde rouw, waarbij professionele hulp nodig is.

Cijfers laten zien dat ongeveer 15 tot 20% van de nabestaanden kampt met gecompliceerde rouw. Dit is dus maar een relatief klein percentage van alle mensen die rouwen. De meeste mensen (en kinderen) ontwikkelen geen ernstige problemen na het verlies van een overledene (Spuij, 2017). Zelfs van de kinderen die een ouder verloren zijn ontwikkelt slechts 10% gecompliceerde rouw. Deze kleine groep kinderen ervaart problemen in het dagelijks functioneren en ontwikkelt vaak een depressieve stoornis.

We spreken van gecompliceerde rouw wanneer een volwassene na 12 maanden nog steeds vast zit aan de verlies-kant van het duale procesmodel. Voor kinderen geldt een termijn van 6 maanden. Dit betekent nadrukkelijk niet dat rouwen na deze periode klaar moet zijn. Natuurlijk blijft een verlies pijnlijk en kan het zelfs na jaren nog actief gevoeld worden. Maar normale rouw zal na de eerste, heftigste periode over gaan in een periode van slingeren tussen de twee oriëntaties.

Uitgestelde rouw

Soms is een verlies te heftig voor een persoon. Hij of zij kan het niet aan om er mee om te gaan. Mensen kunnen de pijnlijke gevoelens die bij een verlies horen (de verliesgerichte orientatie) dan uit de weg gaan. Dat kan heel bewust gebeuren, maar ook onbewust. Mensen richten zich bij uitgestelde rouw volledig op de herstelgerichte kant van het duale procesmodel. Uitgestelde rouw wordt vaak gezien in het begin van een rouwproces. Het is geen probleem wanneer een kind een tijd nodig heeft om met zijn of haar rouwproces te beginnen. Wanneer dit echter te lang aanhoudt kan dit vermijden van de verliesgerichte kant van rouw problematisch worden, omdat de slingerbeweging die zo nodig is bij rouw niet op gang komt.

Bij kinderen wordt uitgestelde rouw vaak gezien wanneer  een overlijden een groot effect op een gezin heeft. Kinderen kunnen hun rouw uitstellen totdat de situatie in hun gezin weer veilig is en ze voelen dat er ruimte voor hun rouwproces is. Wanneer een kind zijn of haar moeder verliest, waarbij vader een tijd lang volledig door het verlies in beslag wordt genomen, kan het zijn dat het kind begint met rouwen zodra vader weer steviger in het leven staat. Deze uitgestelde rouw is op zich niet problematisch, zolang er maar een moment komt waarop het kind zijn of haar rouwproces aangaat.

Herrouwen

Herrouwen lijkt op uitgestelde rouw, maar is toch anders. Herrouwen gebeurt wanneer een kind de rouw die het eerder doorgemaakt heeft opnieuw beleeft. De achterliggend reden hiervoor is dat kinderen, omdat ze zich zo snel ontwikkelen, een verlies iedere keer op een andere manier beleven. Een ontwikkelingstaak voor jonge kinderen is bijvoorbeeld het leren begrijpen van de wereld en de dood. Zodra een kind begrijpt dat de dood onomkeerbaar is, kan het gemis ineens heel anders gevoeld worden. Wanneer dit kind puber wordt, en zich los gaat maken van zijn of haar omgeving, kan rouw weer terug komen, omdat het kind de overleden mist om zich los van te maken.

De verschillende ontwikkelingstaken die een kind volbrengt kunnen er dus voor zorgen dat de rouw om een overledene iedere keer op een andere manier weer gevoeld wordt. Doordat ze zichzelf en de wereld om zich heen steeds beter begrijpen kan het verlies weer actueel worden. Dit is een normaal proces. Het is hierbij belangrijk om deze herrouw niet te veroordelen, maar er iedere keer opnieuw weer ruimte voor te maken en te kijken naar wat het kind nodig heeft.

Wil je meer weten over gecompliceerde rouw? Het boek van Mariken Spuij (rouwen bij kinderen en jongeren) geeft een hele goede weergave van alle kennis en literatuur rondom dit onderwerp.

Hulp-volwassene gezocht!

Stel je voor, je bent 7 en je moeder gaat dood. Je vader is totaal van de wap. Je jongere zusje snapt nog niet zo goed wat er allemaal eigenlijk gebeurt, maar voelt zich ellendig. Jij bent verdrietig, boos en bang. Zou het dan niet heel erg fijn zijn wanneer er een volwassene was, iemand die je vertrouwt, die jou kan troosten en bij wie je je veilig voelt? Iemand die tijd maakt om je te helpen om door deze periode heen te komen? Dit soort volwassenen bestaan. Ik heb ze zelf om me heen gehad toen mijn ouders overleden. Deze volwassenen zijn de sleutel tot het goed doorstaan van een moeilijke periode. Onderzoek toont zelfs aan dat een van de belangrijkste dingen die bepalen of een kind na een zware gebeurtenis in zijn leven het verkeerde pad op gaat, de aanwezigheid van een dergelijke volwassene is. Heeft een kind iemand buiten zijn of haar eigen gezin waar hij of zij terecht kan voor ondersteuning? Dat kind doet het in het latere leven veel beter dan kinderen die dit soort steun buiten de deur niet hadden. Als jij zo’n volwassene bent voor een kind, dan maak je dus echt een verschil!

Wat is een hulp-volwassene?

Dit gegeven (een volwassene van buiten die betrokken is bij een kind en het kind helpt zelf een gezonde volwassene te worden) is de basis van het Doorleefboek. Dit is een boek voor kinderen tussen 6 en 10 die een belangrijke persoon zijn verloren. Dat kan zijn door overlijden, maar ook wanneer bijvoorbeeld je vader door een scheiding ineens niet meer in beeld is spreek je van verlies. Het Doorleefboek koppelt een kind dat een verlies geleden heeft aan een hulp-volwassene. Dat is iemand zoals hier boven, een bekende van het kind (en zijn of haar ouders) die er bewust voor kiest om dit kind te begeleiden. Deze hulp-volwassene krijgt hulp uit het Doorleefboek in de vorm van informatie en achtergronden over rouw bij kinderen en hoe daar mee om te gaan. In het Doorleefboek staan ook een heleboel oefeningen en opdrachten die je als hulp-volwassene met je hulp-kind kunt doen. En er staan verhalen in over dieren (Pingo, Lichtes, Mimuis en Barra) die rouwen.

 

Mimuis en Pingo

Word jij een hulp-volwassene?

Waarschijnlijk ken jij wel een kind met wie je een goede band hebt. Een neefje of nichtje, of een zoon of dochter van goede vrienden. Als je weet dat er in het gezin van dit kind iets aan de hand is dat ook zijn impact heeft op dit kind, dan is het een goed idee om eens te kijken of jij een hulp-volwassene zou kunnen zijn voor dit kind. Je hoeft hier geen opleiding voor te doen of speciale kwaliteiten voor te hebben. Je hoeft zelfs geen hele gekke, dure of gedurfde dingen te doen. Elk kind dat in zwaar weer zit is gebaat bij een vast iemand die tijd maakt, luistert, aandacht heeft en niet te snel oordeelt. Iemand die er voor langere tijd zal zijn en die mee wil helpen om het kind goed te doen opgroeien. Iemand van wie je op aan kunt. Iemand die het netwerk rondom het kind (bestaande uit het gezin, opa’s en oma’s en andere mensen) wil versterken.

Natuurlijk moet je even met de ouders van dit kind en met het kind zelf overleggen of zij dit ook zien zitten. Maar ik durf te wedden dat als je dit gesprek aangaat, de reacties op je voorstel wel eens heel positief zouden kunnen zijn. Wil je meer weten over het Doorleefboek en hoe dat er uit ziet? Lees deze blog.

Laten we allemaal samen beslissen dat we, als we een kind kennen dat onze hulp nodig heeft, er over denken om deze speciale positie in het leven van dit kind in te nemen. Je weet niet half hoeveel verschil dat kan maken!

Hulp-volwassene of professional?

Hoe weet je of een kind dat rouwt professionele hulp nodig heeft? Rouw is een normaal proces dat iedereen eens of meerdere malen in zijn of haar leven doormaakt. En de meeste mensen komen zonder al te veel kleerscheuren uit een rouwproces. Dit geldt ook voor kinderen. Dat betekent natuurlijk niet dat een kind dat rouwt niet geholpen kan zijn met extra aandacht, troost en medeleven van een hulp-volwassene. Maar over het algemeen kan rouw worden gezien als een natuurlijk proces dat bij het leven hoort.

Dit kan gebeuren

Maar stel je dan toch even voor: je beste vriendin overlijdt en haar man blijft achter met 3 kinderen. Het gezin doet wat het kan om overeind te blijven en slaagt daar soms beter in dan andere keren. Je merkt dat de oudste dochter zich steeds meer verantwoordelijk opstelt om het gezin draaiende te houden, ook al is ze pas 8. Wat kun jij dan doen, als betrokken volwassen persoon, om dit kind (en daarmee het hele gezin) te ondersteunen? En werkt dat net zo goed als wanneer deze oudste dochter met een professional zou gaan praten?

 

 

Professionele hulp

Allereerst: ik ben helemaal niet tegen het inzetten van professionals. Ik ben er zelf een, en ik denk dat in sommige situaties, wanneer een rouwproces lang duurt en het een kind niet lukt om de stappen te zetten die nodig zijn om weer ‘normaal’ verder te gaan met zijn of haar leven, hulp van een professional nodig kan zijn. Een professional heeft afstand tot de situatie (waardoor je soms beter kunt zien wat er precies gaande is), heeft een heleboel kennis en ervaring (en weet vaak goed hoe te handelen) en kan een tijdje lang met een kind meelopen in een moeilijke situatie.

Hulp-volwassene

Wat een professional niet kan bieden is een situatie waarin het kind liefde ontvangt van iemand die bij hem of haar betrokken is en dat zijn hele leven zal blijven. Een professional knuffelt een kind niet, brengt het kind niet naar bed, haalt het kind niet van school en leert zijn of haar vriendjes niet kennen. Een professional weet niet hoe dingen nu eenmaal gedaan worden in een gezin, zodat hij of zij zich daaraan aan kan passen. Dat is wat jij, als bekende van het gezin wel allemaal kan doen. Jij kan daarmee op een andere manier dan een professional een grote positieve invloed hebben op een kind. En je bent daarmee misschien wel net zo waardevol als de professional.

Hulp voor de hulp-volwassene

Het Doorleefboek helpt je in deze taak, het bijstaan van een kind dat rouwt met wie jij een band hebt. Het boek geeft je hele praktische handvatten voor wat je met dit kind kunt bespreken en hoe je dat spelenderwijs kunt doen. Het geeft je ook achtergrondinformatie over rouw bij kinderen en wat je wat dat betreft kunt verwachten. Het Doorleefboek is daarmee een goede tool om een betrokken volwassene te veranderen in een geweldige hulp-volwassene. Een volwassene die er voor kiest om een kind bij te staan in een moeilijke situatie. Een volwassene die een verschil wil maken.

De hulp-volwassene: een thuis weg van huis

Ik heb het geluk gehad een aantal hulp-volwassenen in mijn leven te hebben gehad. Mensen die er voor me waren in tijden waarop het moeilijk was. Mensen die bleven, en niet na een tijdje weer uit mijn leven verdwenen. Mensen die me een thuis weg van huis boden. En ik dank veel aan deze hulp-volwassenen. Ik weet zeker dat ze, door me een stabiele basis te geven, ervoor gezorgd hebben dat ik nu ben waar ik ben, een gezond mens met een goede baan, een fijne relatie en de mogelijkheid om mijn passie te volgen.

In deze blog kan ik ze niet allemaal noemen, maar ik wil wel een aantal voorbeelden geven van hoe een hulp-volwassene een verschil kan maken in het leven van een kind. Er zijn een aantal dingen die je als hulp-volwassene kan bieden, gewoon door er regelmatig voor een kind te zijn.

 

Doorleefboek voorkant

 

Continuïteit

Allereerst is de kracht van een hulp-volwassene (bijvoorbeeld in vergelijking tot een professional) dat je langere tijd in iemands leven bent. Mijn twee tantes (ze heten allebei Tante A), die er in praktische zin (tante A) en in emotionele zin (Tante A) voor me zijn geweest zie ik nog steeds. Lang niet meer zo vaak als vroeger, maar ik weet dat zodra ik iets nodig heb, ik bij ze terecht kan. En dat wist ik ook toen ik jonger was. Ze zouden er altijd voor mij zijn, altijd mijn kant kiezen en altijd van me houden. Als je als kind een belangrijk iemand verliest, dan is dat een deel van wat je verliest, de wetenschap dat die persoon er altijd voor je is…  Degene die overleden is kan je dat niet meer bieden. Het is dan heel fijn als anderen je wel dat gevoel kunnen geven.

Een thuis weg van huis

Door een overlijden kan je thuis plotseling niet meer zo fijn aanvoelen. Alles herinnert je aan de overledene en je gezinsgenoten hebben het, net zoals jij, heel zwaar. Thuis voelt alles anders. Hoe fijn is het dan als je een andere plek hebt waar je naartoe kan gaan om even op adem te komen? Waar alles nog is zoals het altijd was?  Wat ik altijd heel fijn gevonden heb is dat ik bij allebei mijn Tante A’s gewoon mee mocht doen in hun dagelijkse gezinsleven. Vaak werd ik gevraagd om mee te doen met huishoudelijke klusjes (koken, stofzuiger), waardoor ik me een normaal gezinslid voelde. Of we keken heel gewoon met zijn allen tv. Of ik liet de hond uit. Bij buurvrouw E wist ik waar de snoeppot stond en kreeg ik zakgeld. En ook daar was ik altijd welkom, maakte ik mijn huiswerk en had ik speelgoed dat voor mij was. Dat hele normale huiselijke was voor mijn een hele fijne manier om me weer eventjes gewoon Ellen te voelen, in plaats van dat meisje met haar overleden moeder.

Trots en vertrouwen

Mijn nicht I heeft een vergelijkbare ervaring met de mijne. Ze vertelde hoe mijn ouders, die voor haar een soort hulp-volwassenen zijn geweest, haar hebben laten zien dat ze de moeite waard is. Dat hoef je helemaal niet letterlijk uit te spreken om dat te laten voelen. Zij mocht, bijvoorbeeld, mij als heel jong kind met de auto ophalen, terwijl ze net haar rijbewijs had. Zelf vond ze het nog eng om te rijden, maar mijn ouders zagen er geen probleem in. ‘Ga maar, je bent toch geslaagd voor je rij-examen? Dan kun je het toch gewoon?’ was hun redenering. Het is niet zo dat haar ouders haar perse niet vertrouwden, maar dat was hun taak als ouders. Als iemand van buiten je gezin je dit soort dingen laat voelen dan komt het extra goed aan, misschien omdat het een tweede keer is, of omdat een ‘buitenstaander’ objectiever lijkt. Ik heb hetzelfde ervaren. Het vertrouwen dat ik van mijn vader kreeg voelde heel fijn, maar ook een soort van ‘overduidelijk’. Het vertrouwen dat ik van mijn hulp-volwassenen kreeg voelde als extra en overtuigend.

De magie van een hulp-volwassene

Wat is de moraal van dit verhaal? Wat ik graag over wil brengen is dat de magie van een hulp-volwassene niet zit in dure of speciale dingen. Je hoeft niet naar de Efteling of Euro Disney of skydiven of wat voor spannends dan ook om iets fijns te doen voor je hulp-kind. Sterker nog, hoe normaler, hoe beter. Een kind wil zich gewoon thuis voelen en zijn of haar schoenen uit mogen trekken en dat iemand weet dat hij  niet van witlof houdt.  Dat het zijn of haar chagrijnige kant mag laten zien en dat het dan nog geaccepteerd wordt. Dat het ergens een plek heeft waar het van op aan kan. En natuurlijk bieden ouders en gezinnen een kind die plek. Maar het is net die EXTRA plek, een andere veilige en vertrouwde omgeving, waar een kind leert dat er meerdere manieren zijn om dingen te doen die zo cruciaal is. Waar een kind leert dat het waardevol is ook voor anderen. Waar het ruimte heeft om zichzelf te zijn en zichzelf te ontdekken.

Als het een thuis weg van huis heeft, dan kan een kind zijn natuurlijke veerkracht ontwikkelen en leren hoe het goed met moeilijke situaties om kan gaan. Dat is een les die een kind zijn of haar hele leven met zich mee neemt. Een les die veel meer waard is dan je van tevoren zou kunnen inschatten. Dus, gun je kind een hulp-volwassene als je iemand kent die je vertrouwt en die die rol op zich kan nemen voor je kind. En gun jezelf een hulp-kind als je denkt dat er een kind in je omgeving is waarmee je een goede band hebt die je wel zou willen uitbouwen. En ga lekker naar de Efteling als je daar zin in hebt, maar weet dat de werkzame stof van een hulp-volwassene een investering is in tijd en aandacht en veel minder in geld en spullen. De magie zit hem in de continuïteit, het thuisgevoel en het accepteren van elkaar. Veel plezier!

 

Clichés rondom rouw ontmaskerd: het verlies van een vriendje is niet zo erg

Het is gemakkelijk om te denken dat het overlijden van een vriendje of vriendinnetje op de basisschool niet al te heftig is voor een kind. Ze hebben immers nog andere vriendjes, en met elke levensfase komen er ook weer nieuwe vriendschappen. Maar wanneer je wat meer begrijpt over wat een vriendschap bij basisschoolkinderen eigenlijk inhoudt, en welke functies deze vervult, wordt het plaatje ineens een beetje anders.

Wanneer je kijkt naar wat kinderen op de basisschool DOEN met hun vriendjes of vriendinnetjes, dan is dat meestal niet zo heel veel. Ze spelen samen, maar vaak is dat spelen niet heel veel meer dan tijd doorbrengen. Wanneer je een kind dat de hele dag buiten heeft gespeeld vraagt: wat hebben jullie samen gedaan, is het antwoord vaak: ‘gewoon…’ En dat is een vrij accurate weergave van de activiteiten die vrienden samen ontplooien. Vaak gaat het om samen hangen, een beetje praten, een stukje lopen, kijken of er ergens iets te beleven valt. Maar in de interactie met een vriendje gebeurt er een heleboel dat een kind helpt in zijn of haar ontwikkeling.

Hoe vriendjes onderling communiceren

Allereerst hebben vriendjes samen een manier van communiceren die anders is dan tussen een volwassene en een kind. In de interactie met een volwassene is het kind degene die de regels niet bepaalt, dat doet een volwassene. Hiervan leert het kind heel veel (hoe zit de wereld in elkaar), maar in een soort van leerling-positie. In de interactie met vriendjes is een kind zowel iemand die regels moet volgen als iemand die regels kan maken. Er wordt daarmee een actiever beroep op de vaardigheden van een kind gedaan. Het kind moet beter communiceren, compromissen sluiten, iemand vertellen dat hij iets niet leuk vindt etc.

Waarom vriendjes zich met elkaar vergelijken

Een ander verschil met de interactie met een volwassene is het feit dat kinderen zich met elkaar kunnen vergelijken. Ieder kind weet waarin het beter is dan de rest, maar ook waarin het achterblijft. En door de onderlinge competitie tussen kinderen zijn er veel kansen om jezelf te verbeteren. Deze vergelijkingen zijn voor kinderen belangrijk om te leren wie zij zijn en hoe ze zich verhouden tot anderen. En vrienden, door de manier waarop ze over je praten en je een spiegel bieden van je gedrag, helpen je daarmee ook om beter te snappen wie je bent en wat je goed kan.

Het aantal rollen bepaalt de heftigheid van een verlies

Omdat vriendjes vaak meerdere rollen vervullen (klasgenoot, teamgenoot, speelkameraad, helper bij praktische zaken), kan een verlies van een vriendje heel indringend zijn. De heftigheid van een verlies hangt namelijk samen met hoeveel je eigenlijk (praktisch, maar ook gevoelsmatig) verliest. Een vriendje dat dus een heleboel verschillende rollen vervulde, zal daarmee erg worden gemist. En wanneer we naar onze eigen vriendschappen kijken: hoeveel je er ook hebt, elke vriendschap heeft zijn eigen kwaliteit en die kan niet zomaar gevonden worden in een vriendschap met iemand anders. Vriendjes of vriendinnetjes zijn dus zeker niet vervangbaar door anderen.

Dus, het overlijden van een vriend(innet)je kan een grote impact hebben op een kind, en kan, doordat het kind in iedere fase van zijn of haar ontwikkeling nieuwe dingen meemaakt waarbij het vriendje weer gemist wordt lang duren. Door dit onderwerp bespreekbaar te maken en af en toe te blijven vragen hoe het kind het verlies nu ervaart, kun je als volwassene helpen om het verlies van een vriendje draagbaar te maken voor je kind.