De hulp-volwassene: een thuis weg van huis

Ik heb het geluk gehad een aantal hulp-volwassenen in mijn leven te hebben gehad. Mensen die er voor me waren in tijden waarop het moeilijk was. Mensen die bleven, en niet na een tijdje weer uit mijn leven verdwenen. Mensen die me een thuis weg van huis boden. En ik dank veel aan deze hulp-volwassenen. Ik weet zeker dat ze, door me een stabiele basis te geven, ervoor gezorgd hebben dat ik nu ben waar ik ben, een gezond mens met een goede baan, een fijne relatie en de mogelijkheid om mijn passie te volgen.

In deze blog kan ik ze niet allemaal noemen, maar ik wil wel een aantal voorbeelden geven van hoe een hulp-volwassene een verschil kan maken in het leven van een kind. Er zijn een aantal dingen die je als hulp-volwassene kan bieden, gewoon door er regelmatig voor een kind te zijn.

 

Doorleefboek voorkant

 

Continuïteit

Allereerst is de kracht van een hulp-volwassene (bijvoorbeeld in vergelijking tot een professional) dat je langere tijd in iemands leven bent. Mijn twee tantes (ze heten allebei Tante A), die er in praktische zin (tante A) en in emotionele zin (Tante A) voor me zijn geweest zie ik nog steeds. Lang niet meer zo vaak als vroeger, maar ik weet dat zodra ik iets nodig heb, ik bij ze terecht kan. En dat wist ik ook toen ik jonger was. Ze zouden er altijd voor mij zijn, altijd mijn kant kiezen en altijd van me houden. Als je als kind een belangrijk iemand verliest, dan is dat een deel van wat je verliest, de wetenschap dat die persoon er altijd voor je is…  Degene die overleden is kan je dat niet meer bieden. Het is dan heel fijn als anderen je wel dat gevoel kunnen geven.

Een thuis weg van huis

Door een overlijden kan je thuis plotseling niet meer zo fijn aanvoelen. Alles herinnert je aan de overledene en je gezinsgenoten hebben het, net zoals jij, heel zwaar. Thuis voelt alles anders. Hoe fijn is het dan als je een andere plek hebt waar je naartoe kan gaan om even op adem te komen? Waar alles nog is zoals het altijd was?  Wat ik altijd heel fijn gevonden heb is dat ik bij allebei mijn Tante A’s gewoon mee mocht doen in hun dagelijkse gezinsleven. Vaak werd ik gevraagd om mee te doen met huishoudelijke klusjes (koken, stofzuiger), waardoor ik me een normaal gezinslid voelde. Of we keken heel gewoon met zijn allen tv. Of ik liet de hond uit. Bij buurvrouw E wist ik waar de snoeppot stond en kreeg ik zakgeld. En ook daar was ik altijd welkom, maakte ik mijn huiswerk en had ik speelgoed dat voor mij was. Dat hele normale huiselijke was voor mijn een hele fijne manier om me weer eventjes gewoon Ellen te voelen, in plaats van dat meisje met haar overleden moeder.

Trots en vertrouwen

Mijn nicht I heeft een vergelijkbare ervaring met de mijne. Ze vertelde hoe mijn ouders, die voor haar een soort hulp-volwassenen zijn geweest, haar hebben laten zien dat ze de moeite waard is. Dat hoef je helemaal niet letterlijk uit te spreken om dat te laten voelen. Zij mocht, bijvoorbeeld, mij als heel jong kind met de auto ophalen, terwijl ze net haar rijbewijs had. Zelf vond ze het nog eng om te rijden, maar mijn ouders zagen er geen probleem in. ‘Ga maar, je bent toch geslaagd voor je rij-examen? Dan kun je het toch gewoon?’ was hun redenering. Het is niet zo dat haar ouders haar perse niet vertrouwden, maar dat was hun taak als ouders. Als iemand van buiten je gezin je dit soort dingen laat voelen dan komt het extra goed aan, misschien omdat het een tweede keer is, of omdat een ‘buitenstaander’ objectiever lijkt. Ik heb hetzelfde ervaren. Het vertrouwen dat ik van mijn vader kreeg voelde heel fijn, maar ook een soort van ‘overduidelijk’. Het vertrouwen dat ik van mijn hulp-volwassenen kreeg voelde als extra en overtuigend.

De magie van een hulp-volwassene

Wat is de moraal van dit verhaal? Wat ik graag over wil brengen is dat de magie van een hulp-volwassene niet zit in dure of speciale dingen. Je hoeft niet naar de Efteling of Euro Disney of skydiven of wat voor spannends dan ook om iets fijns te doen voor je hulp-kind. Sterker nog, hoe normaler, hoe beter. Een kind wil zich gewoon thuis voelen en zijn of haar schoenen uit mogen trekken en dat iemand weet dat hij  niet van witlof houdt.  Dat het zijn of haar chagrijnige kant mag laten zien en dat het dan nog geaccepteerd wordt. Dat het ergens een plek heeft waar het van op aan kan. En natuurlijk bieden ouders en gezinnen een kind die plek. Maar het is net die EXTRA plek, een andere veilige en vertrouwde omgeving, waar een kind leert dat er meerdere manieren zijn om dingen te doen die zo cruciaal is. Waar een kind leert dat het waardevol is ook voor anderen. Waar het ruimte heeft om zichzelf te zijn en zichzelf te ontdekken.

Als het een thuis weg van huis heeft, dan kan een kind zijn natuurlijke veerkracht ontwikkelen en leren hoe het goed met moeilijke situaties om kan gaan. Dat is een les die een kind zijn of haar hele leven met zich mee neemt. Een les die veel meer waard is dan je van tevoren zou kunnen inschatten. Dus, gun je kind een hulp-volwassene als je iemand kent die je vertrouwt en die die rol op zich kan nemen voor je kind. En gun jezelf een hulp-kind als je denkt dat er een kind in je omgeving is waarmee je een goede band hebt die je wel zou willen uitbouwen. En ga lekker naar de Efteling als je daar zin in hebt, maar weet dat de werkzame stof van een hulp-volwassene een investering is in tijd en aandacht en veel minder in geld en spullen. De magie zit hem in de continuïteit, het thuisgevoel en het accepteren van elkaar. Veel plezier!

 

Clichés rondom rouw ontmaskerd: het verlies van een vriendje is niet zo erg

Het is gemakkelijk om te denken dat het overlijden van een vriendje of vriendinnetje op de basisschool niet al te heftig is voor een kind. Ze hebben immers nog andere vriendjes, en met elke levensfase komen er ook weer nieuwe vriendschappen. Maar wanneer je wat meer begrijpt over wat een vriendschap bij basisschoolkinderen eigenlijk inhoudt, en welke functies deze vervult, wordt het plaatje ineens een beetje anders.

Wanneer je kijkt naar wat kinderen op de basisschool DOEN met hun vriendjes of vriendinnetjes, dan is dat meestal niet zo heel veel. Ze spelen samen, maar vaak is dat spelen niet heel veel meer dan tijd doorbrengen. Wanneer je een kind dat de hele dag buiten heeft gespeeld vraagt: wat hebben jullie samen gedaan, is het antwoord vaak: ‘gewoon…’ En dat is een vrij accurate weergave van de activiteiten die vrienden samen ontplooien. Vaak gaat het om samen hangen, een beetje praten, een stukje lopen, kijken of er ergens iets te beleven valt. Maar in de interactie met een vriendje gebeurt er een heleboel dat een kind helpt in zijn of haar ontwikkeling.

Hoe vriendjes onderling communiceren

Allereerst hebben vriendjes samen een manier van communiceren die anders is dan tussen een volwassene en een kind. In de interactie met een volwassene is het kind degene die de regels niet bepaalt, dat doet een volwassene. Hiervan leert het kind heel veel (hoe zit de wereld in elkaar), maar in een soort van leerling-positie. In de interactie met vriendjes is een kind zowel iemand die regels moet volgen als iemand die regels kan maken. Er wordt daarmee een actiever beroep op de vaardigheden van een kind gedaan. Het kind moet beter communiceren, compromissen sluiten, iemand vertellen dat hij iets niet leuk vindt etc.

Waarom vriendjes zich met elkaar vergelijken

Een ander verschil met de interactie met een volwassene is het feit dat kinderen zich met elkaar kunnen vergelijken. Ieder kind weet waarin het beter is dan de rest, maar ook waarin het achterblijft. En door de onderlinge competitie tussen kinderen zijn er veel kansen om jezelf te verbeteren. Deze vergelijkingen zijn voor kinderen belangrijk om te leren wie zij zijn en hoe ze zich verhouden tot anderen. En vrienden, door de manier waarop ze over je praten en je een spiegel bieden van je gedrag, helpen je daarmee ook om beter te snappen wie je bent en wat je goed kan.

Het aantal rollen bepaalt de heftigheid van een verlies

Omdat vriendjes vaak meerdere rollen vervullen (klasgenoot, teamgenoot, speelkameraad, helper bij praktische zaken), kan een verlies van een vriendje heel indringend zijn. De heftigheid van een verlies hangt namelijk samen met hoeveel je eigenlijk (praktisch, maar ook gevoelsmatig) verliest. Een vriendje dat dus een heleboel verschillende rollen vervulde, zal daarmee erg worden gemist. En wanneer we naar onze eigen vriendschappen kijken: hoeveel je er ook hebt, elke vriendschap heeft zijn eigen kwaliteit en die kan niet zomaar gevonden worden in een vriendschap met iemand anders. Vriendjes of vriendinnetjes zijn dus zeker niet vervangbaar door anderen.

Dus, het overlijden van een vriend(innet)je kan een grote impact hebben op een kind, en kan, doordat het kind in iedere fase van zijn of haar ontwikkeling nieuwe dingen meemaakt waarbij het vriendje weer gemist wordt lang duren. Door dit onderwerp bespreekbaar te maken en af en toe te blijven vragen hoe het kind het verlies nu ervaart, kun je als volwassene helpen om het verlies van een vriendje draagbaar te maken voor je kind.

Zelfvertrouwen van kinderen

Ik weet het nog precies, het moment dat ik me voor het eerst heel bewust realiseerde dat mijn vader mijn inschattingsvermogen vertrouwde. Wat een zelfvertrouwen gaf dat! Ik wilde al een hele tijd alleen met mijn vriendinnen naar de stad. Dat was vanaf mijn huis best een stukje fietsen, over een drukke weg. Ik had het hele stuk alleen nog nooit zonder mijn ouders erbij gefietst en vond het hele plan heel spannend. Na een aantal dagen moed verzamelen vroeg ik aan mijn vader: pap, mag ik met Bregtje en Britt naar de stad fietsen? Ik was voorbereid op een nee en stond me al schrap te zetten, toen mijn vader vroeg: ‘Ellen, denk je dat je dat kan’? Ik schrok van zijn vraag, maar toen ik er eventjes over nadacht wist ik eigenlijk zeker dat ik dat kon. Dus ik zei ja. En toen mocht ik gaan! Natuurlijk bespraken we daarna hoe we zouden fietsen, wat ik zou moeten doen als er iets mis ging, of ik het telefoonnummer van thuis wist etc, maar mijn vader vond MIJN inschatting over mijn eigen kunnen een belangrijke factor in de beslissing.

Kinderen en zelfvertrouwen

Wanneer je zelf kinderen hebt, of met kinderen omgaat, zul je vast merken dat het ontstaan van zelfvertrouwen bij kinderen voor ieder kind anders is. Sommigen worden met bakken vol geboren, anderen staan voor een gat dat nooit gevuld zal worden. Gelukkig zitten heel veel kinderen daar tussenin, ze hebben over het algemeen best zelfvertrouwen, maar misschien net niet genoeg, of niet genoeg op bepaalde gebieden. Het aanleren van zelfvertrouwen bij kinderen is niet iets dat je met een middagje doet, eerder iets waar je altijd mee bezig moet zijn, zeker wanneer je aanvoelt dat het zelfvertrouwen van je kind wel een oppepper kan gebruiken.

In een aantal komende blogs (houd deze site in de gaten, of abonneer je aan de rechter kant van deze pagina op deze blog) zal ik een aantal manieren bespreken waarop je zelf met een kind aan de slag kunt om zijn of haar zelfvertrouwen te vergroten. Maar hieronder wil ik graag 3 voorbeelden geven van dingen die een rol spelen bij het ontwikkelen van het zelfvertrouwen van je kind, om je alvast een beetje op weg te helpen.

Waardoor ontwikkelt je kind zelfvertrouwen?

1). Als ouder speel je een grote rol in het opbouwen van het zelfvertrouwen van je kind. Kinderen leren heel veel door te zien hoe hun ouders dingen aanpakken. Voorbeeld: Als jij moeilijke dingen altijd uit de weg gaat omdat je bang bent om te falen, dan kan jouw kind faalangst ontwikkelen. Gelukkig werkt het andersom ook. Als jij je kind laat zien dat je open durft te zijn over dingen die je niet goed aangepakt hebt, en dat je graag feedback wil over hoe het anders zou kunnen, dan is dat wat je kind van jou kan leren: fouten maken mag, en je kunt open staan voor wat anderen graag willen. Hoe je zelf in het leven staat bepaalt dus voor een groot deel ook hoe je kind in het leven staat. Tip: ben jij een faalangstig type, maar je broer niet? Vraag je broer / moeder / leerkracht (als zij een goede band met je kind hebben) om af en toe met je kinderen te praten over falen, of om spelletjes te spelen en te laten zien dat het niet erg is om te verliezen. Je hoeft niet alles zelf te kunnen. Als ouder kun je ook sommige dingen uitbesteden aan anderen, daar leren je kinderen net zo goed van!

2). Je zou denken dat het beter is om nare dingen bij kinderen weg te houden, omdat ze zich dan beter over zichzelf voelen. Maar het omgekeerde is waar. Voorbeeld: Jouw kind mag alleen spelen bij vriendjes waar je zeker weet dat ze geen ruzie zullen maken, omdat je een hekel hebt aan ruzie. Zodra je kind eens aangeeft dat het spelen ergens niet 100% leuk was, mag het daar niet meer naartoe. Wat hierdoor kan gebeuren is dat je kind niet leert om om te gaan met andere meningen en om voor zichzelf op te komen. Dat zijn zeer nuttige vaardigheden, die alleen geleerd kunnen worden door met dit soort situaties in aanraking te komen. Tip: in plaats van nare dingen weg te houden bij je kind is het nuttiger om nare dingen bespreekbaar te maken, en samen na te denken over hoe het de volgende keer met zo’n situatie om kan gaan. Wanneer je kind dat probeert, en het lukt hem/haar, DAAR krijgt hij/zij zelfvertrouwen van. En als het de eerste keer niet lukt? Geen nood, er komen nog meer kansen om te leren!

3). Geef je kind grenzen en tegelijkertijd veel vrijheid. Ik snap dat dat in eerste instantie tegenstrijdig klinkt, omdat grenzen stellen voelt als het beperken van je kind. Maar ik denk dat grenzen je kind net heel veel vrijheid geven. Voorbeeld: jij vindt eigenlijk alles wel goed. Of je kind na schooltijd nu naar huis komt, of ergens gaat spelen, je merkt het vanzelf wel. Eten doen jullie altijd op een andere tijd, en je kinderen mogen zelf beslissen wanneer ze naar bed gaan. Je zou misschien denken: superfijn voor je kind. Maar je kind is geen volwassene dat dingen goed kan overzien en zelf beslissingen kan nemen. Het zal zich waarschijnlijk totaal verloren voelen in al die vrijheid, en geen sturing aan zijn eigen dagelijkse leven kunnen geven. Tip: wat beter zou werken is om je kind elke dag een bepaalde tijd (voor kleine kinderen: een kwartier, voor grote kinderen: een uur) te geven waarin ze helemaal zelf mogen beslissen wat ze willen doen. Geen klusjes of huiswerk, gewoon waar ze zin in hebben. Deze begrensde tijd is voor een kind wel te overzien. En hierdoor krijgt het heel veel meer een gevoel van vrijheid. En zelfvertrouwen, want jij laat merken dat zijn / haar mening ook belangrijk is.

Take home message

Dus: kijk eens naar je eigen gedrag en gewoonten als je kind weinig zelfvertrouwen heeft. Heeft het dat misschien bij jou gezien? Daarnaast is het belangrijk om je kind geen leermomenten te ontnemen, maar het te begeleiden bij deze momenten. DAT is waar leren en zelfvertrouwen opbouwen echt begint! En grenzen geven vrijheid. Maar dat wisten jullie natuurlijk allang!

p.s. Natuurlijk snappen jullie dat ik in deze voorbeelden de wereld wel erg zwart wit gemaakt heb, en dat ik weet dat ouders over het algemeen heel goed met hun kinderen om gaan. Maar in alle nuance is mijn punt zo moeilijk te maken…