Hoe weet je of je hulp-kind ‘normaal’ rouwt?

‘Normale rouw’ kenmerkt zich door een slingerbeweging. De persoon die rouwt gaat op en neer tussen twee verschillende oriëntaties: gericht zijn op het verlies, en gericht zijn op herstel. Het Duale procesmodel van Stroebe en Schut (1999) laat deze slingerbeweging zien:

Duale procesmodel van omgaan met verlies (Stroebe & Schut 1999).

Een rouwend kind zal het ene moment bezig zijn met het verlies (door verdrietig of boos te zijn, door het in zijn of haar spel te verwerken, door herinneringen op te halen) en het andere moment bezig zijn met herstel (door nieuwe uitdagingen aan te gaan, zichzelf af te leiden van het verlies of zich op schoolwerk te storten).  Op deze manier is het rouwen, dat van zichzelf heel zwaar is, vol te houden voor kinderen (en voor volwassenen). Het is gezond dat er ook momenten zijn waarop er niet over het verlies nagedacht wordt. Door je te richten op herstel krijg je als nabestaande weer meer controle over je leven en je gevoelens. Je kunt bezig zijn met de toekomst en je richten op een leven zonder de overledene.

Het verschilt per persoon hoe snel de slingerbeweging gaat, aan welke kant de meeste tijd wordt besteed (aan de verlies-kant of aan de herstel-kant) en welke gevoelens iemand ervaart. Het is helemaal niet vreemd als een kind vooral boos is over een overlijden, dat is net zo goed een onderdeel van de verliesgerichte oriëntatie als dat het tonen van verdriet dat is. Ook een kind dat zich terugtrekt en op zijn of haar kamer zit kan heel goed bezig zijn met het verlies. Er zijn dus, binnen de twee oriëntaties vele manieren om daar mee om te gaan. Het is daarom, als hulp-volwassene, heel belangrijk dat je oog hebt voor het rouwproces van je hulp-kind, in plaats van verwachtingen te hebben over hoe zijn of haar rouwproces zou moeten verlopen. Je kunt je kind helpen door ruimte te maken voor wat er is, en door ervoor te zorgen dat allebei de kanten (verlies en herstel) een plek hebben in het leven van je kind.

Specifiek bij kinderen is het belangrijk om te onthouden dat zij een enorme ontwikkeling doormaken op het gebied van kennis, vaardigheden, emoties, motoriek etc. Dit ontwikkelingsproces loopt naast het rouwproces dat erbij gekomen is. Het is belangrijk dat een kind in staat is om ook zijn of haar normale ontwikkelingstaken te kunnen doen. Wanneer dat niet meer lukt, omdat het rouwproces voorop is komen te staan, is er misschien sprake van gecompliceerde rouw.

Gecompliceerde rouw

Meestal pakken mensen die rouwen na verloop van tijd de draad weer op. Het verschilt per persoon hoe snel dit gebeurt. Sommige mensen doen dat na een aantal weken weer, anderen hebben veel langer nodig. Uiteindelijk gaat het verlies bij ze horen. Het wordt een onderdeel van wie ze zijn, een hoofdstuk in hun levensverhaal dat de verdere hoofdstukken zal blijven beïnvloeden. De overledene blijft gemist worden, maar niet meer zo heftig en niet meer altijd. De pijn van het verlies wordt draaglijker.

Voor een deel van de mensen gebeurt dit niet. Zij blijven, ook lange tijd na een overlijden, midden in de pijn en het verlies. Deze blijven heel scherp aanwezig en worden niet na verloop van tijd minder. Dit belemmert hun alledaagse functioneren. Mensen die vast zitten in gecompliceerde rouw komen niet toe aan de slingerbeweging die normale rouw kenmerkt. Het verwerkingsproces is gestagneerd , waardoor de intense emoties aanhouden. Deze stagnatie belemmert kinderen in hun normale ontwikkelingstaken. Op dat moment wordt er gesproken van gecompliceerde rouw, waarbij professionele hulp nodig is.

Cijfers laten zien dat ongeveer 15 tot 20% van de nabestaanden kampt met gecompliceerde rouw. Dit is dus maar een relatief klein percentage van alle mensen die rouwen. De meeste mensen (en kinderen) ontwikkelen geen ernstige problemen na het verlies van een overledene (Spuij, 2017). Zelfs van de kinderen die een ouder verloren zijn ontwikkelt slechts 10% gecompliceerde rouw. Deze kleine groep kinderen ervaart problemen in het dagelijks functioneren en ontwikkelt vaak een depressieve stoornis.

We spreken van gecompliceerde rouw wanneer een volwassene na 12 maanden nog steeds vast zit aan de verlies-kant van het duale procesmodel. Voor kinderen geldt een termijn van 6 maanden. Dit betekent nadrukkelijk niet dat rouwen na deze periode klaar moet zijn. Natuurlijk blijft een verlies pijnlijk en kan het zelfs na jaren nog actief gevoeld worden. Maar normale rouw zal na de eerste, heftigste periode over gaan in een periode van slingeren tussen de twee oriëntaties.

Uitgestelde rouw

Soms is een verlies te heftig voor een persoon. Hij of zij kan het niet aan om er mee om te gaan. Mensen kunnen de pijnlijke gevoelens die bij een verlies horen (de verliesgerichte orientatie) dan uit de weg gaan. Dat kan heel bewust gebeuren, maar ook onbewust. Mensen richten zich bij uitgestelde rouw volledig op de herstelgerichte kant van het duale procesmodel. Uitgestelde rouw wordt vaak gezien in het begin van een rouwproces. Het is geen probleem wanneer een kind een tijd nodig heeft om met zijn of haar rouwproces te beginnen. Wanneer dit echter te lang aanhoudt kan dit vermijden van de verliesgerichte kant van rouw problematisch worden, omdat de slingerbeweging die zo nodig is bij rouw niet op gang komt.

Bij kinderen wordt uitgestelde rouw vaak gezien wanneer  een overlijden een groot effect op een gezin heeft. Kinderen kunnen hun rouw uitstellen totdat de situatie in hun gezin weer veilig is en ze voelen dat er ruimte voor hun rouwproces is. Wanneer een kind zijn of haar moeder verliest, waarbij vader een tijd lang volledig door het verlies in beslag wordt genomen, kan het zijn dat het kind begint met rouwen zodra vader weer steviger in het leven staat. Deze uitgestelde rouw is op zich niet problematisch, zolang er maar een moment komt waarop het kind zijn of haar rouwproces aangaat.

Herrouwen

Herrouwen lijkt op uitgestelde rouw, maar is toch anders. Herrouwen gebeurt wanneer een kind de rouw die het eerder doorgemaakt heeft opnieuw beleeft. De achterliggend reden hiervoor is dat kinderen, omdat ze zich zo snel ontwikkelen, een verlies iedere keer op een andere manier beleven. Een ontwikkelingstaak voor jonge kinderen is bijvoorbeeld het leren begrijpen van de wereld en de dood. Zodra een kind begrijpt dat de dood onomkeerbaar is, kan het gemis ineens heel anders gevoeld worden. Wanneer dit kind puber wordt, en zich los gaat maken van zijn of haar omgeving, kan rouw weer terug komen, omdat het kind de overleden mist om zich los van te maken.

De verschillende ontwikkelingstaken die een kind volbrengt kunnen er dus voor zorgen dat de rouw om een overledene iedere keer op een andere manier weer gevoeld wordt. Doordat ze zichzelf en de wereld om zich heen steeds beter begrijpen kan het verlies weer actueel worden. Dit is een normaal proces. Het is hierbij belangrijk om deze herrouw niet te veroordelen, maar er iedere keer opnieuw weer ruimte voor te maken en te kijken naar wat het kind nodig heeft.

Wil je meer weten over gecompliceerde rouw? Het boek van Mariken Spuij (rouwen bij kinderen en jongeren) geeft een hele goede weergave van alle kennis en literatuur rondom dit onderwerp.